Art. 36 Verordening (EG) nr. 498/2007, Bijzondere voorwaarden voor holdingfondsen

Verordening (EG) nr. 498/2007

1. Wanneer het EVF financieringsinstrumenten financiert die worden georganiseerd door holdingfondsen, d.w.z. fondsen die zijn opgezet om in verscheidene risicokapitaalfondsen, garantiefondsen en leningfondsen te investeren, voert de lidstaat of beheersautoriteit deze uit op een of meer van de volgende wijzen:

a) via de gunning van een openbare aanbesteding volgens de toepasselijke wetgeving inzake overheidsopdrachten;

b) in andere gevallen, waarin het geen openbare aanbesteding voor diensten in de betekenis van de wetgeving inzake overheidsopdrachten betreft, via de toekenning van een subsidie, voor dit doel gedefinieerd als een directe financiële bijdrage bij wijze van schenking:

i) aan de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds,

of

ii) aan een financiële instelling, zonder een oproep tot het indienen van voorstellen, indien dit geschiedt overeenkomstig een nationale wet die verenigbaar is met het Verdrag.

2. Wanneer het EVF financieringsinstrumenten financiert die worden georganiseerd door holdingfondsen, sluit de lidstaat of beheersautoriteit een financieringsovereenkomst met het holdingfonds waarin de financieringsregelingen en -doelstellingen worden vastgelegd.

De financieringsovereenkomst houdt, voor zover nodig, rekening met de conclusies van een evaluatie van de verschillen tussen vraag en aanbod wat dergelijke instrumenten betreft bij KMO's.

3. De in lid 2 bedoelde financieringsovereenkomst dient met name te voorzien in:

a) de voorwaarden voor bijdragen uit het operationeel programma in het holdingfonds;

b) een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling aan financiële intermediairs;

c) de beoordeling, selectie en accreditatie van financiële intermediairs;

d) het opzetten van en het toezicht op het investeringsbeleid, dat ten minste een opgave van de doelondernemingen en de te ondersteunen financiële-engineeringproducten moet bevatten;

e) de verslaglegging door het holdingfonds aan de lidstaat of beheersautoriteiten;

f) toezicht op de uitvoering van investeringen volgens de geldende regels;

g) auditvoorschriften;

h) het beleid van het holdingfonds inzake het terugtreden uit de risicokapitaal-, garantie- of leningfondsen;

i) de voorwaarden voor de ontbinding van het holdingfonds, waaronder het hergebruik van middelen die uit investeringen in het financieringsinstrument worden teruggestort of die overblijven nadat alle garanties zijn gehonoreerd, en die zijn toe te schrijven aan de bijdrage van het operationeel programma.

4. De voorwaarden voor bijdragen uit door operationele programma’s ondersteunde holdingfondsen in risicokapitaal-, garantie- en leningfondsen worden vastgesteld in een financieringsovereenkomst, te sluiten tussen het risicokapitaal-, garantie- of leningfonds enerzijds en het holdingfonds anderzijds. De financieringsovereenkomst dient ten minste de in artikel 35, lid 6, genoemde punten te omvatten.