Art. 13 Verordening (EG) nr. 498/2007, Binnenvisserij

Verordening (EG) nr. 498/2007

1. Voor de toepassing van artikel 33 van de basisverordening wordt onder „vaartuigendie uitsluitend actief zijn in de binnenwateren” verstaan: vaartuigen die voor commerciële visserij in de binnenwateren worden ingezet en die niet in het communautaire register van vissersvaartuigen zijn opgenomen.

2. Voor de investeringen in de zin van artikel 33, lid 2, tweede alinea, en artikel 25 van de basisverordening kunnen vaartuigen die minder dan 12 meter lang zijn, geen gesleept vistuig gebruiken en actief zijn in de binnenvaart, steun ontvangen met dezelfde steunintensiteit als die voor vaartuigen die worden gebruikt voor kleinschalige kustvisserij, zoals bedoeld in artikel 26 van de basisverordening.

3. De lidstaten moeten in hun operationele programma's vaststellen hoe zij zullen garanderen dat de krachtens artikel 33 van de basisverordening gesteunde investeringen het evenwicht tussen de omvang van de vloot en de overeenkomstige beschikbare visbestanden niet zullen verstoren.