Art. 12 Verordening (EG) nr. 498/2007, Maatregelen inzake de diergezondheid
1. De in artikel 32 van de basisverordening bedoelde steun mag worden gebruikt voor:
a) wat de in artikel 3 van Beschikking 90/424/EEG van de Raad (18) bedoelde exotische ziekten in de aquacultuur betreft: de bestrijdingsmaatregelen overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk V van Richtlijn 2006/88/EG;
b) wat de in de bijlage bij Beschikking 90/424/EEG bedoelde niet-exotische ziekten in de aquacultuur betreft: de overeenkomstig artikel 44, lid 2, van Richtlijn 2006/88/EG opgestelde en goedgekeurde uitroeiingsprogramma's.
2. De beheersautoriteit van het operationele programma beslist of zij zal bijdragen in de financiering van de in lid 1, onder a), bedoelde bestrijdingsmaatregelen of een in lid 1, onder b), bedoeld uitroeiingsprogramma, en of zij de nadere regeling voor haar financiële deelname zal vaststellen voordat zij de maatregelen of het programma volgens de bepalingen van Beschikking 90/424/EEG indient.
3. Indien de Commissie de in lid 1 bedoelde bestrijdingsmaatregelen of uitroeiingsprogramma's niet goedkeurt overeenkomstig artikel 24 van Beschikking 90/424/EG, vloeit de toegezegde bijdrage onmiddellijk terug naar de begroting van het operationele programma.
4. Indien de subsidiabele kosten van de door de Commissie overeenkomstig artikel 24 van Beschikking 90/424/EG goedgekeurde actie minder bedragen dan het door de beheersautoriteit toegezegde bedrag, mag de lidstaat het verschil gebruiken voor zijn operationele programma.
5. De in artikel 32 van de basisverordening bedoelde steun mag niet worden gebruikt voor toezichtactiviteiten die tot doel hebben aan te tonen dat een ziekte niet voorkomt, teneinde de officiële status „vrij van ziekte” te verkrijgen, noch voor vaste kosten, zoals de kosten van officiële veterinaire diensten.