Art. 46 Besluit 2007/533/EG, Verwerking van SIS II-gegevens

Besluit 2007/533/EG

1. De lidstaten mogen de in de artikelen 20, 26, 32, 34, 36 en 38 bedoelde gegevens slechts verwerken voor het doel waarvoor de daarin bedoelde signaleringen zijn gedaan.

2. De gegevens mogen slechts voor technische doeleinden worden gekopieerd, voor zover dit voor directe bevraging door de in artikel 40 bedoelde autoriteiten noodzakelijk is. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op dergelijke kopieën. Signaleringen van andere lidstaten mogen niet uit N.SIS II in andere nationale gegevensbestanden worden gekopieerd.

3. Technische kopieën zoals bedoeld in lid 2, die leiden tot de aanleg van offlinegegevensbanken, mogen slechts worden gemaakt voor een periode van niet meer dan 48 uur. Deze duur kan in noodsituaties worden verlengd. Deze kopieën worden vernietigd zodra er geen sprake meer is van een noodsituatie.

De lidstaten houden een actuele inventaris van deze kopieën bij, stellen deze inventaris ter beschikking van de nationale controleautoriteiten en zorgen ervoor dat de bepalingen van dit besluit, in het bijzonder de in artikel 10 bedoelde bepalingen, op deze kopieën worden toegepast.

4. Toegang tot SIS II-gegevens is slechts toegestaan binnen de grenzen van de bevoegdheden van de nationale autoriteiten bedoeld in artikel 40, en is voorbehouden aan daartoe gemachtigde personeelsleden.

5. De gegevens in verband met signaleringen op grond van de artikelen 26, 32, 34, 36 en 38, kunnen slechts worden verwerkt voor andere doelstellingen dan die welke met hun opneming in SIS II werden beoogd, indien er een verband bestaat met een specifieke zaak en indien dit voor het voorkomen van een ernstig en onmiddellijk dreigend gevaar voor de openbare orde en veiligheid, of om ernstige redenen verband houdende met de veiligheid van de staat, dan wel ter voorkoming van een ernstig strafbaar feit noodzakelijk is. Daartoe dient vooraf de toestemming van de signalerende lidstaat te worden verkregen.

6. De gegevens mogen niet voor administratieve doeleinden worden gebruikt.

7. Elk gebruik van gegevens dat in strijd is met de leden 1 tot en met 6, wordt naar nationaal recht van de lidstaten aangemerkt als oneigenlijk gebruik.

8. Iedere lidstaat verstrekt de beheersautoriteit een lijst van bevoegde autoriteiten die op grond van dit besluit gemachtigd zijn tot directe bevraging van de in SIS II opgenomen gegevens, en stelt haar in kennis van elke wijziging van die lijst. Daarbij wordt voor elke autoriteit vermeld welke gegevens zij voor welke doeleinden mag bevragen. De beheersautoriteit zorgt ervoor dat deze lijst jaarlijks in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

9. Voor zover in het recht van de Europese Unie niet in bijzondere bepalingen is voorzien, is het recht van de onderscheiden lidstaten op de in hun N.SIS II opgenomen gegevens van toepassing.

Vorige artikelen

Volgende artikelen