Art. 9 Verordening (EG) nr. 1974/2006
Verordening (EG) nr. 1974/2006
1. De in artikel 6, lid 1, onder c), bedoelde veranderingen van programma's door de lidstaten kunnen bestaan uit veranderingen van financiële uitsplitsingen over maatregelen binnen assen en uit niet-financiële veranderingen die betrekking hebben op de toevoeging van nieuwe maatregelen aan het programma, de intrekking van bestaande maatregelen van het programma of het verschaffen van informatie over en de beschrijving van bestaande maatregelen van het programma.
2. De lidstaten mogen ook in artikel 6, lid 1, onder c), bedoelde veranderingen aanbrengen door binnen een kalenderjaar tot 1 % van de totale ELFPO-bijdrage voor het programma voor de gehele programmeringsperiode over te dragen van en naar welke as dan ook.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde veranderingen van programma's kunnen uiterlijk vóór 31 december 2015 worden aangebracht op voorwaarde dat de lidstaten die veranderingen uiterlijk op 31 augustus 2015 melden.
4. Behalve in geval van noodmaatregelen wegens een natuurramp mogen in de leden 1 en 2 bedoelde veranderingen niet vaker dan driemaal per kalenderjaar en per programma worden gemeld, met dien verstande dat het in lid 2 bepaalde maximum van 1 % in acht moet worden genomen binnen het kalenderjaar waarin de drie meldingen worden gedaan.
5. De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde veranderingen moeten verenigbaar zijn met de bij artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vastgestelde percentages.
6. De in de leden 1 en 2 bedoelde veranderingen worden de Commissie gemeld. De Commissie beoordeelt of die veranderingen:
a) voldoen aan het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1698/2005;
b) coherent zijn met het betrokken nationaal strategisch plan;
c) voldoen aan het bepaalde in de onderhavige verordening.
De Commissie stelt de lidstaat van de resultaten van die beoordeling in kennis binnen vier maanden na de datum waarop zij het verzoek tot verandering van het programma heeft ontvangen. Voldoen de veranderingen niet aan één of meer van de in de eerste alinea genoemde beoordelingsparameters, dan wordt de termijn van vier maanden geschorst totdat de Commissie veranderingen van het programma ontvangt die daaraan wel voldoen.
Indien de Commissie de kennisgeving aan de lidstaat niet binnen de in de tweede alinea gestelde termijn van vier maanden doet, worden de veranderingen geacht te zijn goedgekeurd en treden zij in werking zodra de termijn van vier maanden is verstreken.