Art. 13 Verordening (EG) nr. 1974/2006

Verordening (EG) nr. 1974/2006

1. Aan de bij artikel 22, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vastgestelde voorwaarden voor de steun voor de vestiging van jonge landbouwers moet zijn voldaan op het tijdstip waarop de steunaanvraag wordt ingediend.

Voor de vervulling van de in artikel 22, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 gestelde voorwaarden op het gebied van vakbekwaamheid en deskundigheid kan evenwel een termijn worden toegestaan van ten hoogste 36 maanden vanaf de datum waarop het individuele besluit tot toekenning van de steun wordt genomen, indien de jonge landbouwer behoefte heeft aan een aanpassingsperiode voor zijn vestiging of de herstructurering van het bedrijf en indien die behoefte is vermeld in het in dat lid 1, onder c), bedoelde bedrijfsplan.

2. Het in artikel 22, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde bedrijfsplan bevat ten minste:

a) een beschrijving van de uitgangssituatie van het landbouwbedrijf en specifieke mijlpalen en streefwaarden voor de ontwikkeling van de activiteiten van het nieuwe bedrijf;

b) bijzonderheden over de investeringen, opleidingen, adviezen of welke andere acties ook die nodig zijn voor de ontwikkeling van de activiteiten van het landbouwbedrijf.

3. Binnen vijf jaar na de datum waarop het individuele besluit tot toekenning van de steun is genomen, wordt door de bevoegde autoriteit beoordeeld of het bedrijfsplan is nageleefd. Met inachtneming van de omstandigheden bij de uitvoering van het bedrijfsplan bepaalt de lidstaat de voorwaarden voor de terugvordering van reeds ontvangen steun in het geval dat de jonge landbouwer op het tijdstip van de beoordeling niet aan de bepalingen van het bedrijfsplan heeft voldaan.

4. Het individuele besluit tot toekenning van steun voor de vestiging van jonge landbouwers wordt genomen binnen 18 maanden na de vestiging zoals gedefinieerd bij de in de lidstaat geldende bepalingen. In geval van steun in de vorm van een eenmalige premie zoals bepaald in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1698/2005 kan een lidstaat met het oog op de toepassing van lid 3 van het onderhavige artikel de betaling van die premie spreiden over ten hoogste vijf tranches.

5. De lidstaten kunnen besluiten dat in het geval dat in het bedrijfsplan melding wordt gemaakt van het gebruik van andere maatregelen voor plattelandsontwikkeling waarin Verordening (EG) nr. 1698/2005 voorziet, de goedkeuring van de aanvraag van de jonge landbouwer door de bevoegde autoriteit eveneens toegang tot die andere maatregelen geeft. In een dergelijk geval moeten de door de aanvrager te verstrekken gegevens gedetailleerd genoeg zijn om een aanvraag voor steun in het kader van die andere maatregelen te kunnen onderbouwen.

6. Specifieke voorwaarden kunnen worden toegepast in het geval dat een jonge landbouwer zich niet als enig bedrijfshoofd vestigt. Deze voorwaarden moeten gelijkwaardig zijn aan die welke gelden voor een jonge landbouwer die zich als enig bedrijfshoofd vestigt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen