Art. 63 Verordening (EG) nr. 1974/2006
Verordening (EG) nr. 1974/2006
1. In samenwerking met de lidstaten brengt de Commissie een informatiesysteem (hierna „het systeem” genoemd) tot stand om de veilige uitwisseling van gegevens van gemeenschappelijk belang tussen de Commissie en elke lidstaat mogelijk te maken. Die gegevens betreffen niet alleen de administratieve/operationele aspecten, maar ook de financiële aspecten, welke laatste onder artikel 18 van Verordening (EG) nr. 883/2006 van de Commissie (19) vallen.
Het systeem wordt door de Commissie opgezet en geactualiseerd door middel van een gemeenschappelijke aanpak samen met de lidstaten.
2. Wat het administratieve/operationele beheer betreft, bevat het systeem de gegevens en stukken van gemeenschappelijk belang die de uitoefening van het toezicht mogelijk maken, en met name: de nationale strategische plannen en de bijwerkingen daarvan, de samenvattende verslagen, de programma's en de wijzigingen daarvan, de beschikkingen van de Commissie, de jaarverslagen over de uitvoering, waarin de maatregelen worden gecodeerd overeenkomstig de in bijlage II, punt 7, opgenomen tabel, en de toezicht- en evaluatie-indicatoren zoals vermeld in bijlage VIII.
3. De beheersautoriteit en de Commissie voeren de stukken waarvoor zij verantwoordelijk zijn, in het systeem in en werken die stukken daarin bij, zulks in het vereiste formaat.
4. Het systeem is voor de lidstaten en de Commissie toegankelijk hetzij rechtstreeks, hetzij via een interface met de nationale en regionale computerbeheerssystemen die voor een automatische synchronisatie en gegevensinvoer zorgt.
De lidstaten zenden de verzoeken om recht op toegang tot het systeem op gecentraliseerde wijze toe aan de Commissie.
5. De uitwisselingen van gegevens worden elektronisch ondertekend overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad (20). De lidstaten en de Commissie erkennen de rechtsgeldigheid en de toelaatbaarheid als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures van de in het systeem gebruikte elektronische handtekening.
6. Wat de datum van toezending van stukken aan de Commissie betreft, is de in aanmerking te nemen datum de datum waarop de lidstaat de stukken verzendt na deze in het systeem te hebben ingevoerd.
Een stuk wordt geacht aan de Commissie te zijn gezonden zodra de lidstaat het in het systeem niet langer kan wijzigen of onderdrukken.
7. De kosten van de ontwikkeling en actualisering van de gemeenschappelijke elementen van het systeem worden uit de Gemeenschapsbegroting gefinancierd overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1698/2005.
Eventuele kosten voor een interface tussen nationale en plaatselijke systemen enerzijds en het systeem anderzijds en eventuele kosten in verband met de aanpassing van nationale en plaatselijke systemen kunnen subsidiabel zijn op grond van artikel 66, lid 2, van die verordening.
8. In gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, en met name bij een storing in het systeem of het ontbreken van een stabiele verbinding, kan de lidstaat de stukken op papier aan de Commissie toezenden. Voor een dergelijke toezending op papier is de voorafgaande formele toestemming van de Commissie vereist.
Zodra het gebruik van het systeem niet langer door de oorzaak van de overmacht of de uitzonderlijke omstandigheden wordt belet, voert de lidstaat de betrokken stukken in het systeem in. In dat geval wordt de datum van verzending geacht de datum te zijn waarop de stukken op papier zijn verzonden.