Art. 30 Verordening (EG) nr. 1974/2006
Verordening (EG) nr. 1974/2006
1. Voor de toepassing van artikel 42, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 zijn de begripsomschrijvingen in de leden 2 en 3 van het onderhavige artikel van toepassing behoudens uitzonderingen die in de programma's voor plattelandsontwikkeling deugdelijk moeten worden gemotiveerd.
2. Onder „bos” wordt verstaan een stuk grond van meer dan 0,5 hectare met bomen die hoger dan 5 meter zijn en een kroonbedekking van meer dan 10 % hebben, of bomen die deze drempels op de groeiplaats kunnen bereiken. Grond met een hoofdzakelijk agrarisch of stedelijk grondgebruik valt niet onder dit begrip.
Herbeboste oppervlakten die een kroonbedekking van 10 % en een boomhoogte van 5 meter nog niet hebben bereikt maar zulks naar verwachting zullen bereiken, vallen wel onder het begrip „bos” en hetzelfde geldt voor als gevolg van menselijk ingrijpen of natuurlijke oorzaken tijdelijk niet met bomen bezette oppervlakten waarop naar verwachting verjonging zal plaatsvinden.
Bos omvat mede de oppervlakten bamboe en palmbomen op voorwaarde dat wordt voldaan aan de criteria inzake hoogte en kroonbedekking.
Bos omvat mede de boswegen, de brandstroken en de andere kleine open plekken en omvat voorts mede bos in nationale parken, natuurreservaten en andere beschermde gebieden zoals gebieden van specifiek wetenschappelijk, historisch, cultureel of spiritueel belang.
Bos omvat mede de windsingels, schermstroken en bomencorridors met een oppervlakte van meer dan 0,5 hectare en een breedte van meer dan 20 meter.
Bos omvat mede de aanplantingen die in hoofdzaak bestemd zijn voor bosbouw- of beschermingsdoeleinden, zoals rubberplantages en kurkeikenopstanden. Boomopstanden in landbouwproductiesystemen zoals fruitboomgaarden en boslandbouwsystemen vallen niet onder het begrip „bos”. Bomen in stadsparken en -tuinen vallen er evenmin onder.
3. Onder „beboste oppervlakte” wordt verstaan niet als „bos” aangemerkte grond met een oppervlakte van meer dan 0,5 hectare en met bomen die hoger dan 5 meter zijn en een kroonbedekking van 5-10 % hebben, of met bomen die deze drempels op de groeiplaats kunnen bereiken, of met een bedekking van meer dan 10 % die bestaat uit een combinatie van struiken en bomen. Grond met een hoofdzakelijk agrarisch of stedelijk gebruik valt niet onder dit begrip.
4. De volgende bossen en beboste oppervlakten worden uitgesloten van de werkingssfeer van artikel 42, lid 1, eerste zin, van Verordening (EG) nr. 1698/2005:
a) bossen en andere beboste gronden die eigendom zijn van een centrale of regionale overheid of van een overheidsonderneming;
b) bossen en andere beboste gronden die de kroon toebehoren;
c) bossen die eigendom zijn van een rechtspersoon waarvan het kapitaal voor ten minste 50 % in handen is van één van de onder a) en b) bedoelde instellingen.