Art. 24 Verordening (EG) nr. 1974/2006
Verordening (EG) nr. 1974/2006
1. In het in artikel 34 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde bedrijfsplan moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) het bewijs wordt geleverd dat het landbouwbedrijf economisch levensvatbaar kan worden, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de aanvullende ontvangsten uit andere bronnen van inkomsten van het landbouwhuishouden;
b) er worden bijzonderheden over de benodigde investeringen verstrekt;
c) er worden specifieke mijlpalen en streefwaarden aangegeven.
2. Indien in het in artikel 34 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde bedrijfsplan wordt verwezen naar het gebruik van andere maatregelen voor plattelandsontwikkeling, moet het plan gedetailleerd genoeg zijn om een aanvraag voor steun in het kader van die andere maatregelen te kunnen onderbouwen.
3. Voor de toepassing van artikel 34, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 doet de lidstaat, rekening houdend met de omstandigheden waaronder het bedrijfsplan wordt uitgevoerd, geen verdere steunbetalingen indien de landbouwer die het semi-zelfvoorzieningsbedrijf exploiteert, op het tijdstip van de beoordeling niet aan de bepalingen van het bedrijfsplan heeft voldaan.