Art. 2 Verordening (EG) nr. 1857/2006, Definities
Verordening (EG) nr. 1857/2006
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1) „steun” of „steunmaatregel”: elke maatregel die voldoet aan alle criteria van artikel 87, lid 1, van het Verdrag;
2) „landbouwproduct”:
a) de in bijlage I bij het Verdrag opgenomen producten, met uitzondering van visserijproducten en producten van de aquacultuur die vallen onder Verordening (EG) nr. 104/2001 van de Raad (9);
b) de producten van de GN-codes 4502 , 4503 en 4504 (kurkproducten);
c) de producten die bedoeld zijn om melk en zuivelproducten te imiteren of te vervangen, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1898/87 van de Raad (10);
3) „verwerking van landbouwproducten”: elke bewerking van een landbouwproduct die een product oplevert dat nog steeds een landbouwproduct is, met uitzondering van activiteiten op landbouwbedrijven die nodig zijn om een plantaardig of dierlijk product voor de eerste verkoop voor te bereiden;
4) „afzet van landbouwproducten”: het in voorraad hebben of uitstallen met het oog op verkoop, te koop aanbieden, leveren of op enige andere wijze verhandelen, met uitzondering van de eerste verkoop door een primaire producent aan wederverkopers of verwerkingsbedrijven en alle activiteiten waarmee een product voor een dergelijke eerste verkoop wordt voorbereid; verkoop door een primaire producent aan eindgebruikers geldt als afzet indien deze plaatsvindt in speciaal daartoe voorziene afzonderlijke lokalen;
5) „kleine en middelgrote ondernemingen” („kmo's”): ondernemingen als omschreven in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 70/2001;
6) „brutosteunintensiteit”: het steunbedrag, uitgedrukt als een percentage van de in aanmerking komende kosten van het project. Alle cijfers die worden gebruikt, zijn de cijfers vóór aftrek van de directe belastingen. Wordt de steun in een andere vorm dan een subsidie verleend, dan is het steunbedrag het subsidie-equivalent van de steun. Van steun die in termijnen wordt uitgekeerd, wordt door discontering de waarde op het ogenblik van de verlening ervan berekend. De rentevoet die voor de discontering en voor de berekening van het steunbedrag bij een zachte lening wordt gehanteerd, is de referentierentevoet die geldt op het ogenblik van de steunverlening;
7) „kwaliteitsproduct”: een product dat voldoet aan de op grond van artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vast te stellen criteria;
8) „ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld”: weersomstandigheden, zoals vorst, hagel, ijs, regen of droogte, die voor een landbouwer leiden tot een verlies van meer dan 30 % van de gemiddelde jaarproductie in de laatste drie jaar of de gemiddelde productie van drie jaren van de laatste vijf jaren, de hoogste en de laagste productie niet meegerekend;
9) „probleemgebieden”: gebieden die door de lidstaten als zodanig zijn aangewezen op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1257/1999;
10) „met het oog op de naleving van nieuw ingevoerde minimumnormen gedane investeringen”:
a) indien het normen betreft waarvoor geen overgangsperiode is vastgesteld, investeringen die maximaal twee jaar na de datum waarop de normen voor de marktdeelnemers bindend moeten worden, van start zijn gegaan, of
b) indien het normen betreft waarvoor een overgangsperiode is vastgesteld, investeringen die van start zijn gegaan vóór de datum waarop de normen voor de marktdeelnemers bindend moeten worden;
11) „jonge landbouwers”: producenten van landbouwproducten die voldoen aan de criteria van artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1698/2005;
12) „producentengroepering”: een groepering die is opgericht om het haar leden mogelijk te maken hun productie gezamenlijk met inachtneming van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordeningen aan de markteisen aan te passen, vooral door concentratie van het aanbod;
13) „unie van producentengroeperingen”: een vereniging van erkende producentengroeperingen die op grotere schaal dezelfde doelstellingen nastreeft;
14) „gestorven dieren”: dieren die zijn gedood (euthanasie met of zonder definitieve diagnose) of die op een landbouwbedrijf of een andere plaats of tijdens transport zijn gestorven (met inbegrip van doodgeboren en ongeboren dieren), maar niet voor menselijke consumptie zijn geslacht;
15) „kosten voor TSE- en BSE-testen”: alle kosten, met inbegrip van die voor testkits en het nemen, vervoeren, testen, opslaan en vernietigen van monsters die noodzakelijk zijn voor de overeenkomstig bijlage X, hoofdstuk C, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad (11) uitgevoerde testen;
16) „ondernemingen in moeilijkheden”: ondernemingen waarvan wordt aangenomen dat zij zich in moeilijkheden bevinden in de zin van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (12);
17) „vervangingsinvestering”: een investering voor het eenvoudig vervangen van een bestaand gebouw of een bestaande machine, of delen daarvan, door een nieuw, modern gebouw of een nieuwe moderne machine, zonder dat daarbij de productiecapaciteit met meer dan 25 % wordt verhoogd of de betrokken productie of technologie fundamenteel wordt gewijzigd. Noch het vervangen van een ten minste 30 jaar oud en volledig gesloopt landbouwbedrijfsgebouw, noch de grondige renovatie van een landbouwbedrijfsgebouw wordt als een vervangingsinvestering beschouwd. Een renovatie wordt als grondig beschouwd wanneer de kosten ten minste 50 % bedragen van de waarde van het nieuwe gebouw.;
18) „transparante steun” of „transparante steunmaatregel”: een maatregel waarvan het brutosubsidie-equivalent vooraf nauwkeurig als percentage van de in aanmerking komende uitgaven kan worden berekend zonder dat een risicobeoordeling hoeft te worden verricht (bijvoorbeeld maatregelen waarbij wordt gebruikgemaakt van subsidies, rentesubsidies of fiscale maatregelen waarvoor een plafond geldt).