Art. 7 Verordening (EG) nr. 510/2006, Bezwaar, registratiebesluit

Verordening (EG) nr. 510/2006

1. Lidstaten of derde landen kunnen tot uiterlijk zes maanden na de in artikel 6, lid 2, eerste alinea, vermelde bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie bezwaar aantekenen tegen de geplande registratie door een met redenen omklede verklaring bij de Commissie in te dienen.

2. Ook elke natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang die in een derde land of in een andere lidstaat dan de lidstaat die de registratieaanvraag heeft ingediend, gevestigd of woonachtig is, kan bezwaar tegen de geplande registratie aantekenen door een met redenen omklede verklaring in te dienen.

In een lidstaat gevestigde of woonachtige natuurlijke of rechtspersonen dienen hun verklaring bij deze lidstaat in binnen een termijn die een bezwaar overeenkomstig lid 1 mogelijk maakt.

In een derde land gevestigde of woonachtige natuurlijke of rechtspersonen dienen binnen de in lid 1 vermelde termijn hun verklaring rechtstreeks of via de autoriteiten van het betrokken derde land bij de Commissie in.

3. Ontvankelijk zijn alleen bezwaarschriften die binnen de in lid 1 vermelde termijn bij de Commissie worden ingediend en die:

a) ofwel aantonen dat niet aan de voorwaarden van artikel 2 is voldaan;

b) ofwel aantonen dat de registratie van de voorgestelde naam strijdig is met artikel 3, leden 2, 3 en 4;

c) ofwel aantonen dat de registratie van de voorgestelde naam schade toebrengt aan een bestaande geheel of gedeeltelijk identieke naam of een handelsmerk, of aan bestaande producten die, te rekenen vanaf de in artikel 6, lid 2, genoemde datum van bekendmaking, ten minste vijf jaar legaal op de markt zijn;

d) ofwel aantonen dat de naam waarvoor een registratieaanvraag is ingediend, een soortnaam is in de zin van artikel 3, lid 1.

De Commissie onderzoekt of de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

De in de eerste alinea, onder b), c) en d), vermelde criteria moeten worden beoordeeld met betrekking tot het grondgebied van de Gemeenschap, waarmee in het geval van de rechten uit hoofde van de intellectuele eigendom uitsluitend wordt bedoeld het gebied of de gebieden waar die rechten beschermd zijn.

4. De Commissie registreert de benaming wanneer zij geen krachtens lid 3 ontvankelijk bezwaarschrift heeft ontvangen.

De registratie wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

5. Wanneer een bezwaarschrift krachtens lid 3 ontvankelijk is, verzoekt de Commissie de belanghebbende partijen op gepaste wijze overleg te plegen.

Als de belanghebbende partijen binnen een termijn van zes maanden een akkoord bereiken, brengen zij de Commissie op de hoogte van alle gegevens die tot het akkoord geleid hebben, met inbegrip van het standpunt van de aanvrager en de opposant. Als de overeenkomstig artikel 6, lid 2, gepubliceerde gegevens niet of slechts minimaal in de zin van artikel 16, onder h), zijn gewijzigd, volgt de Commissie de procedure van lid 4 van dit artikel. In alle andere gevallen herhaalt de Commissie het onderzoek bedoeld in artikel 6, lid 1.

Als er geen akkoord wordt bereikt, neemt de Commissie volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde procedure een besluit waarbij zij rekening houdt met de loyale en traditionele gebruiken en met de werkelijke risico's van verwarring.

Het besluit wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

6. De Commissie houdt een register bij van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

7. De in dit artikel vermelde en aan de Commissie toegezonden documenten zijn opgesteld in een van de officiële talen van de instellingen van de Europese Unie of gaan vergezeld van een beëdigde vertaling in een van die talen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen