Art. 3 Verordening (EG) nr. 510/2006, Soortnamen, problemen met namen van planten- en dierenrassen, homoniemen en merken

Verordening (EG) nr. 510/2006

1. Benamingen die soortnamen zijn geworden, kunnen niet worden geregistreerd.

In de zin van deze verordening wordt onder een benaming die een soortnaam is geworden, verstaan de naam van een landbouwproduct of een levensmiddel, die weliswaar verband houdt met de plaats of streek waar dit product of dit levensmiddel oorspronkelijk werd geproduceerd of in de handel gebracht, doch in de Gemeenschap de gangbare naam is geworden van een product of een levensmiddel.

Om vast te stellen of een naam al dan niet een soortnaam is geworden, wordt rekening gehouden met alle factoren, in het bijzonder:

a) de bestaande situatie in de lidstaten en in het traditionele verbruiksgebied;

b) de relevante nationale of communautaire wetgeving.

2. Een naam kan niet als oorsprongsbenaming of als geografische aanduiding worden geregistreerd indien hij strijdig is met de naam van een planten- of dierenras en de consument daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product.

3. Bij de registratie van een benaming die volledig of gedeeltelijk homoniem is met een overeenkomstig deze verordening geregistreerde benaming, wordt naar behoren rekening gehouden met de plaatselijke en traditionele gebruiken en het reële risico van verwarring; In het bijzonder:

a) wordt een homonieme benaming die bij de consument ten onrechte de indruk wekt dat de producten van oorsprong zijn uit een ander gebied, niet geregistreerd, ook al is de benaming juist wat het grondgebied, de regio of de plaats van oorsprong van de landbouwproducten of de levensmiddelen betreft;

b) is het gebruik van een geregistreerde homonieme benaming slechts toegestaan indien de praktische omstandigheden garanderen dat de in tweede instantie geregistreerde homonieme benaming zich duidelijk onderscheidt van de reeds geregistreerde benaming, rekening houdend met het feit dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consument niet mag worden misleid.

4. Een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding wordt niet geregistreerd indien de registratie, rekening houdend met de faam en bekendheid van een merk en met de tijd dat het reeds in gebruik is, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.

Vorige artikelen

Volgende artikelen