Art. 5 Verordening (EG) nr. 510/2006, Registratieaanvraag

Verordening (EG) nr. 510/2006

1. Alleen groeperingen zijn gerechtigd een registratieaanvraag in te dienen.

Onder „groepering” wordt in deze verordening verstaan elke organisatie, ongeacht haar rechtsvorm of samenstelling, van bij hetzelfde landbouwproduct of hetzelfde levensmiddel betrokken producenten of verwerkers. Andere betrokken partijen mogen van de groepering deel uitmaken. Een natuurlijke of rechtspersoon kan met een groepering worden gelijkgesteld overeenkomstig de gedetailleerde voorschriften van artikel 16, onder c).

Bij de benaming van een grensoverschrijdend geografisch gebied of bij een met een grensoverschrijdend geografisch gebied verbonden traditionele benaming kunnen verschillende groeperingen een gezamenlijke aanvraag indienen overeenkomstig de gedetailleerde voorschriften van artikel 16, onder d).

2. Een groepering kan slechts een registratieaanvraag indienen voor landbouwproducten of levensmiddelen die door de groepering worden geproduceerd of verkregen.

3. De registratieaanvraag omvat ten minste:

a) de naam en het adres van de aanvragende groepering;

b) het in artikel 4 vermelde productdossier;

c) één document waarin uitsluitend de volgende elementen worden vermeld:

i) de belangrijkste gegevens van het productdossier: de benaming, een beschrijving van het product met, in voorkomend geval, de specifieke verpakkings- en etiketteringsvoorschriften en een beschrijving van de grenzen van het geografische gebied;

ii) een beschrijving van het verband tussen het product en het geografische milieu of de geografische oorsprong in de zin van artikel 2, lid 1, onder a) of b), met, in voorkomend geval, de specifieke elementen van de productbeschrijving of de productiemethode die het verband rechtvaardigen.

4. Een registratieaanvraag met betrekking tot een geografisch gebied in een lidstaat wordt ingediend bij de lidstaat waarin het gebied zich bevindt.

De lidstaat onderzoekt de aanvraag op gepaste wijze en controleert of de aanvraag gerechtvaardigd is en aan de voorwaarden van deze verordening voldoet.

5. De lidstaat voorziet tijdens het in lid 4, tweede alinea, vermelde onderzoek in een nationale bezwaarprocedure, waarbij een adequate bekendmaking van de aanvraag wordt gewaarborgd en een redelijke periode wordt vastgesteld waarin elke natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang die op het grondgebied van de lidstaat gevestigd of woonachtig is, bezwaar tegen de aanvraag kan aantekenen.

De lidstaat onderzoekt of de bezwaarschriften ontvankelijk zijn op basis van criteria die de criteria van artikel 7, lid 3, eerste alinea, omvatten.

Indien de lidstaat van oordeel is dat aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan, neemt hij een gunstig besluit en zendt hij de in lid 7 bedoelde documenten aan de Commissie voor een definitief besluit. Wanneer niet aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan, verwerpt de lidstaat de aanvraag.

De lidstaat zorgt ervoor dat het gunstige besluit publiek wordt gemaakt en dat elke betrokken natuurlijk of rechtspersoon met een rechtmatig belang bezwaar kan aantekenen.

De lidstaat zorgt ervoor dat de versie van het productdossier waarop het gunstige besluit betrekking heeft, wordt bekendgemaakt en dat het productdossier elektronisch toegankelijk is.

6. Op nationaal niveau mag door deze lidstaat slechts voorlopig een bescherming in de zin van deze verordening, alsook in voorkomend geval een aanpassingsperiode voor de benaming worden toegestaan vanaf de datum waarop de aanvraag bij de Commissie wordt ingediend.

De in de eerste alinea vermelde aanpassingsperiode wordt alleen toegestaan als de betrokken ondernemingen de producten legaal in de handel hebben gebracht en daarbij de betreffende benamingen minstens tijdens de vijf voorgaande jaren continu hebben gebruikt en zij dit punt tijdens de in lid 5, eerste alinea, vermelde nationale bezwaarprocedure aan de orde hebben gesteld.

De voorlopige nationale bescherming houdt op te bestaan vanaf de datum waarop een besluit inzake de registratie overeenkomstig deze verordening wordt genomen.

Alleen de betrokken lidstaat is verantwoordelijk voor de gevolgen van een voorlopige nationale bescherming, ingeval de benaming niet zou worden geregistreerd in de zin van deze verordening.

De door de lidstaten krachtens de eerste alinea getroffen maatregelen hebben alleen op nationaal vlak rechtswerking en mogen het intracommunautaire noch het internationale handelsverkeer belemmeren.

7. Voor elk gunstig besluit van de lidstaat in de zin van lid 5, derde alinea, doet de lidstaat de volgende zaken aan de Commissie toekomen:

a) de naam en het adres van de aanvragende groepering;

b) het in lid 3, onder c), vermelde enige document;

c) een verklaring van de lidstaat dat de aanvraag van de groepering die voor een gunstig besluit in aanmerking komt, aan de voorwaarden van deze verordening en van de uitvoeringsbepalingen ervan voldoet;

d) de referentie naar de in lid 5, vijfde alinea, vermelde bekendmaking van het productdossier.

8. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om, uiterlijk op 31 maart 2007, aan de leden 4 tot en met 7 te voldoen.

9. Een registratieaanvraag met betrekking tot een geografisch gebied in een derde land moet de in lid 3 vermelde gegevens omvatten, evenals bewijsstukken die aantonen dat de benaming in het land van oorsprong wordt beschermd.

De aanvraag wordt rechtstreeks of via de autoriteiten van het betrokken derde land bij de Commissie ingediend.

10. De in dit artikel vermelde en aan de Commissie toegezonden documenten zijn opgesteld in een van de officiële talen van de instellingen van de Europese Unie of gaan vergezeld van een beëdigde vertaling in een van die talen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen