Art. 50 Richtlijn 2006/88/EG, Ziektevrij gebied of compartiment

Richtlijn 2006/88/EG

1. Een lidstaat kan een gebied of een compartiment op zijn grondgebied vrij verklaren van één of meer van de in bijlage IV, deel II, vermelde niet-exotische ziekten indien:

a) geen van de ziektegevoelige soorten in het gebied of compartiment en - voor zover van toepassing - in de bron van zijn water aanwezig is,

of

b) het pathogeen, voor zover bekend, niet in het gebied of compartiment en - voor zover van toepassing - in de bron van zijn water kan overleven,

of

c) het gebied of compartiment voldoet aan de in bijlage V, deel II, vastgestelde voorwaarden.

2. De lidstaten leggen de in lid 1 bedoelde verklaring af bij het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid volgens de onderstaande procedure:

a) de verklaring wordt met bewijsmateriaal gestaafd in een volgens de procedure van artikel 62, lid 2, te bepalen vorm en is elektronisch toegankelijk voor de Commissie en de lidstaten overeenkomstig het vereiste in artikel 59;

b) de Commissie voegt de kennisgeving van de verklaring als punt van informatie toe aan de agenda van de volgende vergadering van het in artikel 62, lid 1, bedoelde Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. De verklaring wordt 60 dagen na de datum van de vergadering van kracht;

c) binnen die periode kunnen de Commissie en de lidstaten de lidstaat die de verklaring heeft afgelegd, om verduidelijking of aanvullende informatie over het bewijsmateriaal verzoeken;

d) wanneer ten minste één lidstaat, of de Commissie, binnen de in onder b) genoemde termijn schriftelijke opmerkingen heeft gemaakt, waarin aanzienlijke objectieve twijfels worden geuit over het bewijsmateriaal, onderzoeken de Commissie en de betrokken lidstaten samen het voorgelegde bewijsmateriaal om de twijfels weg te nemen. In dat geval kan de onder b) bedoelde periode met 30 dagen worden verlengd. Deze opmerkingen worden voorgelegd aan de lidstaat die de verklaring heeft afgelegd, en aan de Commissie;

e) wanneer de onder d) bedoelde bemiddeling mislukt, kan de Commissie besluiten overeenkomstig artikel 58 een inspectie ter plaatse te verrichten om na te gaan of de ingediende verklaring aan de criteria van lid 1 voldoet, tenzij de lidstaat die de verklaring heeft afgelegd, zijn verklaring intrekt;

f) in voorkomend geval wordt in het licht van de bereikte resultaten volgens de procedure van artikel 62, lid 2, een besluit genomen om de verklaring van de lidstaat zelf betreffende de ziektevrije status van het betrokken gebied of compartiment op te schorten.

3. Indien (een) gebied(en) of compartiment(en) overeenkomstig lid 1 meer dan 75 % van het grondgebied van de lidstaat omvat(ten), of indien het gebied of compartiment uit een met een andere lidstaat of derde land gedeeld stroomgebied bestaat, wordt de in lid 2 bedoelde procedure vervangen door de procedure van artikel 62, lid 2.

4. De specifieke voorschriften inzake bewaking, bemonstering en diagnosemethoden die door de lidstaten worden toegepast om overeenkomstig dit artikel de ziektevrije status te verkrijgen, worden volgens de procedure van artikel 62, lid 2, vastgelegd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen