Art. 47 Richtlijn 2006/88/EG, Rampenplan voor nieuwe en exotische ziekten
1. Iedere lidstaat stelt een rampenplan op met de nationale maatregelen die moeten worden genomen om uiterste waakzaamheid en een hoge staat van paraatheid voor de ziekte te handhaven en de bescherming van het milieu te waarborgen.
2. Het rampenplan:
a) geeft de bevoegde autoriteit de bevoegdheid en de middelen om toegang te krijgen tot alle voorzieningen, apparatuur, personeel en ander materiaal, nodig voor de snelle en efficiënte uitroeiing van een uitgebroken ziekte;
b) garandeert coördinatie en overeenstemming met aangrenzende lidstaten en moedigt samenwerking met aangrenzende derde landen aan,
en
c) bevat - voor zover van toepassing - nauwkeurige gegevens betreffende de hoeveelheden vaccin en de vaccinatievoorschriften die in het geval van noodvaccinatie noodzakelijk worden geacht.
3. De lidstaten voldoen bij de opstelling van rampenplannen aan de in bijlage VII vastgelegde criteria en voorschriften.
4. De lidstaten leggen de rampenplannen ter goedkeuring voor overeenkomstig de procedure van artikel 62, lid 2.
Iedere lidstaat past zijn rampenplan om de vijf jaar aan en legt dit aangepaste plan overeenkomstig voornoemde procedure ter goedkeuring voor.
5. Het rampenplan wordt bij het uitbreken van een nieuwe ziekte en van een in bijlage IV, deel II, vermelde exotische ziekte uitgevoerd.