Art. 5 Richtlijn 2006/88/EG, Vergunningsvoorwaarden
1. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde vergunningen slechts verleent indien de exploitant van het aquacultuurproductiebedrijf of de exploitant van het vergunninghoudende verwerkingsbedrijf:
a) voldoet aan de desbetreffende voorschriften van de artikelen 8, 9 en 10;
b) een systeem heeft ingevoerd, waarmee hij kan aantonen dat aan de desbetreffende voorschriften is voldaan;
c) onder toezicht van de bevoegde autoriteit blijft, die de in artikel 54, lid 1, vastgelegde taken uitvoert.
2. Als de desbetreffende activiteiten tot een onaanvaardbaar risico van verspreiding van de ziekten naar kwekerijen, kweekgebieden van weekdieren of bestanden van wilde waterdieren in de omgeving van kwekerijen of kweekgebieden van weekdieren leiden, wordt er geen vergunning verleend.
Voordat een vergunning geweigerd wordt, moeten er risicobeperkende maatregelen, waaronder een alternatieve locatie voor de desbetreffende bedrijfsactiviteit, worden overwogen.
3. De lidstaten dragen er zorg voor dat de exploitant van het aquacultuurproductiebedrijf of de exploitant van het vergunninghoudende verwerkingsbedrijf alle relevante informatie, met inbegrip van de overeenkomstig bijlage II vereiste informatie, overlegt zodat de bevoegde autoriteit kan beoordelen of aan de voorwaarden voor een vergunning wordt voldaan.