Art. 3 Richtlijn 2006/88/EG, Definities
1. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) „aquacultuur”: de kweek of de teelt van aquatische organismen, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de betrokken organismen te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu; deze organismen blijven in de gehele fase van de kweek of de teelt, tot en met de oogst, eigendom van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;
b) „aquacultuurdier”: een waterdier in al zijn levensfases, inclusief in een kwekerij of kweekgebied van weekdieren gekweekte eieren en sperma/gameten, met inbegrip van een waterdier uit het wild dat voor een kwekerij of een kweekgebied van kweekdieren bestemd is;
c) „aquacultuurproductiebedrijf”: onderneming, zowel publiek- als privaatrechtelijk, die, al dan niet met winstoogmerk, met het kweken, houden of telen van aquacultuurdieren samenhangende activiteiten uitvoert;
d) „exploitant van een aquacultuurproductiebedrijf”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de naleving van de in deze richtlijn vastgestelde voorschriften in het onder zijn leiding staande aquacultuurproductiebedrijf;
e) „waterdier”:
i) vis die behoort tot de superklasse Agnatha en de klassen Chondrichthyes en Osteichthyes;
ii) weekdier van het phylum Mollusca;
iii) schaaldier van het subphylum Crustacea;
f) „vergunninghoudend verwerkingsbedrijf”: een levensmiddelenbedrijf dat overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (17) erkend is met het oog op het verwerken van aquacultuurdieren voor voedingsdoeleinden en waaraan in overeenstemming met de artikelen 4 en 5 van deze richtlijn een vergunning is verleend;
g) „exploitant van een vergunninghoudend verwerkingsbedrijf”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de naleving van de in deze richtlijn vastgestelde voorschriften in een onder zijn leiding staand vergunninghoudend verwerkingsbedrijf;
h) „kwekerij”: gebouwen, gesloten ruimte of installaties van een aquacultuurproductiebedrijf waar aquacultuurdieren worden gekweekt om in de handel te worden gebracht, met uitzondering echter van bedrijven waar wilde waterdieren die voor menselijke consumptie verzameld of gevangen worden, in afwachting van de slacht tijdelijk worden gehouden zonder te worden gevoederd;
i) „kweken”: het kweken van aquacultuurdieren in een kwekerij of in een kweekgebied van weekdieren;
j) „kweekgebied van weekdieren”: een productiegebied of heruitzettingsgebied waarbinnen alle aquacultuurproductiebedrijven hun bedrijfsactiviteiten overeenkomstig een gemeenschappelijk bioveiligheidssysteem uitvoeren;
k) „waterdier voor sierdoeleinden”: een waterdier dat uitsluitend voor sierdoeleinden wordt gehouden, gekweekt of in de handel gebracht;
l) „in de handel brengen”: de verkoop, met inbegrip van het te koop aanbieden, of enige andere vorm van al dan niet gratis overdracht, alsmede iedere vorm van verplaatsing van aquacultuurdieren;
m) „productiegebied”: een gebied in zoet water, in zee, in een estuarium, op het land of in een lagune waarin zich hetzij natuurlijke gronden voor weekdieren, hetzij gebieden die worden gebruikt voor de kweek van weekdieren bevinden en waar weekdieren worden verzameld;
n) „put-en-take-visbedrijven”: vijvers of andere voorzieningen waar het bestand uitsluitend voor de recreatievisserij in stand wordt gehouden door de aanvulling met aquacultuurdieren;
o) „heruitzettingsgebied”: een gebied in zoet water, in zee, in een lagune of in een estuarium dat duidelijk met boeien, palen of andere verankerde materialen is afgebakend en dat uitsluitend bestemd is voor de natuurlijke zuivering van levende weekdieren;
p) „wild waterdier”: een waterdier dat geen aquacultuurdier is.
2. Voor de toepassing van deze richtlijn gelden tevens:
a) de technische definities in bijlage I;
b) in voorkomend geval, de definities vervat in:
i) de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (18);
ii) artikel 2 van Verordening (EG) nr. 852/2004;
iii) artikel 2 van Verordening (EG) nr. 853/2004;
iv) artikel 2 van Verordening (EG) nr. 882/2004.