Art. 18 Richtlijn 2006/88/EG, Aquacultuurdieren en producten daarvan die in de handel worden gebracht voor verdere verwerking met het oog op menselijke consumptie
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat aquacultuurdieren van voor één of meer in bijlage IV, deel II, genoemde niet-exotische ziekten gevoelige soorten en de producten daarvan alleen voor verdere verwerking in de handel mogen worden gebracht in lidstaten, gebieden en compartimenten die overeenkomstig artikel 49 of artikel 50 van die ziekten vrij verklaard zijn, indien zij aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
a) zij zijn afkomstig uit lidstaten, gebieden en compartimenten die ook vrij van die ziekte zijn verklaard;
b) zij zijn verwerkt in een vergunninghoudend verwerkingsbedrijf onder omstandigheden die de verspreiding van ziekten voorkomen;
c) ten aanzien van vis: zij zijn vóór verzending geslacht en gestript;
d) ten aanzien van weekdieren en schaaldieren: zij zijn in de vorm van niet-verwerkte of van verwerkte producten verzonden.
2. De lidstaten dragen er zorg voor dat levende aquacultuurdieren van voor één of meer in bijlage IV, deel II, genoemde niet-exotische ziekten gevoelige soorten en de producten daarvan die in de handel worden gebracht voor verdere verwerking in lidstaten, gebieden en compartimenten die overeenkomstig de artikelen 49 en 50 van die ziekten vrij verklaard zijn, alleen tijdelijk op de plaats van verwerking mogen worden opgeslagen indien:
a) zij afkomstig zijn uit lidstaten, gebieden en compartimenten die ook vrij van die ziekte zijn verklaard,
of
b) tijdelijk in verzendingscentra, zuiveringscentra of soortgelijke bedrijven worden gehouden die over systemen voor de behandeling van effluenten beschikken waarmee de desbetreffende pathogenen geïnactiveerd worden, of waar de effluenten andere behandelingen ondergaan, waardoor het risico van overdracht van de ziekten naar de natuurlijke wateren tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht.