Art. 14 Richtlijn 2006/88/EG, Diergezondheidscertificering

Richtlijn 2006/88/EG

1. De lidstaten zien erop toe dat voor het in de handel brengen van aquacultuurdieren diergezondheidscertificaten worden afgegeven wanneer de dieren worden binnengebracht in een overeenkomstig artikel 49 of artikel 50 ziektevrij verklaarde lidstaat, respectievelijk ziektevrij verklaard gebied of compartiment of in een lidstaat, gebied of compartiment waarvoor een bestrijdings- of uitroeiingsprogramma overeenkomstig artikel 44, lid 1 of lid 2, geldt, voor:

a) de kweek en de uitzetting in het wild,

of

b) de verdere verwerking met het oog op menselijke consumptie, tenzij:

i) ten aanzien van vis: zij vóór verzending geslacht en gestript zijn;

ii) ten aanzien van weekdieren en schaaldieren: zij in de vorm van niet-verwerkte of verwerkte producten verzonden zijn.

2. De lidstaten zien er eveneens op toe dat voor het in de handel brengen van aquacultuurdieren diergezondheidscertificaten worden afgegeven wanneer de dieren met toestemming een gebied verlaten waarvoor de bepalingen inzake bestrijding van hoofdstuk V, afdelingen 3, 4, 5 en 6, gelden.

Dit lid is ook van toepassing op niet in bijlage IV, deel II, vermelde ziekten en daarvoor gevoelige soorten.

3. Voor de onderstaande verplaatsingen geldt een kennisgevingsverplichting in het kader van het in artikel 20, lid 1, van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde systeem:

a) verplaatsingen van aquacultuurdieren tussen lidstaten waar een diergezondheidscertificaat overeenkomstig de leden 1 en 2 vereist is,

en

b) alle andere verplaatsingen van levende aquacultuurdieren voor de kweek of voor uiteenzetting in het wild tussen lidstaten waar uit hoofde van deze richtlijn geen diergezondheidscertificaat is vereist.

4. De lidstaten mogen ertoe besluiten het in lid 3 bedoelde geïnformatiseerde systeem te gebruiken voor het traceren van volledig op hun grondgebied plaatsvindende verplaatsingen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen