Art. 7 Richtlijn 2006/67/EG
1. Voor de toepassing van deze richtlijn kunnen in het kader van intergouvernementele overeenkomsten op het grondgebied van een lidstaat voorraden worden aangelegd voor rekening van in een andere lidstaat gevestigde ondernemingen, organismen of agentschappen. Beslissingen om een deel van de voorraden buiten het nationale grondgebied in opslag te houden worden genomen door de regering van de betrokken lidstaat.
De lidstaat op het grondgebied waarvan de voorraden in het kader van een dergelijke overeenkomst zijn opgeslagen, mag zich niet verzetten tegen de overbrenging van die voorraden naar de andere lidstaat voor rekening waarvan voorraden krachtens die overeenkomst zijn opgeslagen. Hij controleert deze voorraden conform de in de overeenkomst gespecificeerde procedures, maar neemt ze niet op in zijn statistisch overzicht. De lidstaat waarvoor deze voorraden bestemd zijn, mag ze in zijn eigen statistisch overzicht opnemen.
Iedere lidstaat zendt, samen met het statistische overzicht, aan de Commissie een overzicht toe van de op zijn grondgebied voor rekening van een andere lidstaat opgeslagen voorraden, alsmede van de in andere lidstaten voor eigen rekening opgeslagen voorraden. In beide gevallen worden de opslaglocaties en/of ondernemingen die de voorraden in opslag houden, de opgeslagen hoeveelheden en productcategorieën — of ruwe olie — opgenomen in het overzicht.
2. De ontwerpen van de in lid 1, eerste alinea, genoemde overeenkomsten worden aan de Commissie meegedeeld. Deze kan de betrokken regeringen haar opmerkingen kenbaar maken. Wanneer de overeenkomsten gesloten zijn, worden zij meegedeeld aan de Commissie, die ze ter kennis brengt van de overige lidstaten.
Bedoelde overeenkomsten moeten aan de volgende voorwaarden voldoen. Zij moeten:
a) betrekking hebben op ruwe aardolie en op alle in deze richtlijn bedoelde aardolieproducten;
b) de voorwaarden en regelingen aangeven voor het in stand houden van de voorraden, zodat het toezicht op en de beschikbaarheid van de voorraden worden gegarandeerd;
c) de procedures aangeven voor het toezicht op en de identificatie van de voorgeschreven voorraden, onder andere de methoden voor de uitvoering van en de samenwerking bij inspecties;
d) in beginsel voor onbeperkte duur worden gesloten;
e) nader bepalen dat, indien in unilaterale opzegging wordt voorzien, hiervan niet mag worden gebruikgemaakt in geval van crisis in de voorziening en dat de Commissie steeds van tevoren van iedere opzegging in kennis wordt gesteld.
3. Wanneer de krachtens dergelijke overeenkomsten aangelegde voorraden geen eigendom zijn van de onderneming of instantie die de voorraden in stand moet houden, maar ter beschikking van deze onderneming of instantie worden gehouden door een andere onderneming of instantie, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
a) de begunstigde onderneming of instantie heeft contractueel het recht deze voorraden gedurende de hele looptijd van het contract te verwerven; de wijze waarop de prijs van een dergelijke aankoop wordt bepaald, moet overeengekomen zijn tussen de partijen;
b) de minimumlooptijd van een dergelijk contract is 90 dagen;
c) de opslaglocatie en/of de ondernemingen die de voorraden ter beschikking van de begunstigde onderneming of instantie houden, alsmede de hoeveelheid en categorie van het aldaar opgeslagen product of de ruwe aardolie, moeten worden vermeld;
d) de daadwerkelijke beschikbaarheid van de voorraden voor de begunstigde onderneming of instantie moet gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst te allen tijde worden gewaarborgd door de onderneming of instantie die de voorraden ter beschikking van de begunstigde onderneming of instantie houdt;
e) de onderneming of instantie die de voorraden ter beschikking van de begunstigde onderneming of instantie houdt, moet onderworpen zijn aan de rechtsmacht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de voorraden worden gehouden, voor zover de rechtsmacht van deze lidstaten, wat de controle en inspectie van de voorraden betreft, daarbij betrokken is.