Art. 3 Richtlijn 2006/67/EG
1. De overeenkomstig artikel 1 in opslag gehouden voorraden staan in geval van moeilijkheden met de olievoorziening volledig ter beschikking van de lidstaten. De lidstaten zorgen ervoor dat zij de wettelijke bevoegdheid hebben om in dergelijke omstandigheden toe te zien op het gebruik van die voorraden.
In alle andere omstandigheden zorgen de lidstaten ervoor dat die voorraden beschikbaar en toegankelijk zijn. Zij voeren regelingen in om de identificatie en inventarisatie van, en het toezicht op de voorraden mogelijk te maken.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat hun regelingen voor het beheer van de voorraden eerlijk en niet-discriminerend zijn.
De kosten van het overeenkomstig artikel 1 in opslag houden van de voorraden moeten via een transparante regeling worden gespecificeerd. In dit verband kunnen de lidstaten maatregelen nemen om passende informatie betreffende de opslagkosten overeenkomstig artikel 1 te verkrijgen en die informatie ter beschikking te stellen van belanghebbende partijen.
3. Om aan het bepaalde in de leden 1 en 2 te voldoen, mogen de lidstaten een beroep doen op een opslaginstantie die verantwoordelijk is voor het beheer van alle of een gedeelte van de voorraden.
Twee of meer lidstaten mogen een gemeenschappelijke opslaginstantie inschakelen. In dat geval zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor de uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen.