Art. 37 Richtlijn 2006/49/EG

Richtlijn 2006/49/EG

1. Met inachtneming van het volgende, is titel V, hoofdstuk 4 van Richtlijn 2006/48/EG van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen:

a) verwijzingen naar artikel 6 van Richtlijn 2006/48/EG gelden als verwijzingen naar artikel 5 van Richtlijn 2004/39/EG;

b) verwijzingen naar de artikelen 22 en 123 van Richtlijn 2006/48/EG gelden als verwijzingen naar artikel 34 van deze richtlijn;

c) verwijzingen naar de artikelen 44 tot en met 52 van Richtlijn 2006/48/EG gelden als verwijzingen naar de artikelen 54 en 58 van Richtlijn 2004/39/EG.

Wanneer een financiële EU-moederholding zowel een kredietinstelling als een beleggingsonderneming als dochterondernemingen heeft, is Titel V, Hoofdstuk 4 van Richtlijn 2006/48/EG op het toezicht op instellingen van toepassing alsof verwijzingen naar kredietinstellingen, verwijzingen naar instellingen waren.

2. Artikel 129, lid 2, van Richtlijn 2006/48/EG geldt eveneens voor de erkenning van interne modellen van instellingen overeenkomstig bijlage V van deze richtlijn, indien de aanvraag is ingediend door een EU-moederkredietinstelling en haar dochterondernemingen of een EU-moederbeleggingsonderneming en haar dochterondernemingen of gezamenlijk door de dochterondernemingen van een financiële EU-moederholding.

De termijn voor de in bovenstaande alinea bedoelde erkenning bedraagt zes maanden.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen