Art. 35 Richtlijn 2006/49/EG

Richtlijn 2006/49/EG

1. De lidstaten schrijven voor dat beleggingsondernemingen en kredietinstellingen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst alle nodige gegevens verstrekken om te beoordelen of zij voldoen aan de regels die ingevolge deze richtlijn zijn vastgesteld. De lidstaten dragen er tevens zorg voor dat de interne controlemechanismen en de administratieve en boekhoudprocedures van de instellingen het mogelijk maken te allen tijde na te gaan of aan deze regels wordt voldaan.

2. Beleggingsondernemingen dienen aan de bevoegde autoriteiten, op de door deze autoriteiten voorgeschreven wijze, verslag uit te brengen, en wel ten minste eenmaal per maand in het geval van ondernemingen als bedoeld in artikel 9, ten minste eens in de drie maanden in het geval van de onder artikel 5, lid 1, vallende ondernemingen, en ten minste eens in de zes maanden in het geval van de onder artikel 5, lid 3, vallende ondernemingen.

3. Onverminderd lid 2 hoeven de onder artikel 5, lid 1 en artikel 9, vallende beleggingsondernemingen de gegevens op geconsolideerde of op gesubconsolideerde basis slechts eens in de zes maanden te verstrekken.

4. Kredietinstellingen dienen verplicht te zijn aan de bevoegde autoriteiten op de door deze autoriteiten voorgeschreven wijze verslag uit te brengen met dezelfde frequentie als voor hun rapportageverplichtingen ingevolge Richtlijn 2006/48/EG.

5. De bevoegde autoriteiten verplichten instellingen ertoe om hen onmiddellijk in kennis te stellen van gevallen waarin hun tegenpartijen bij retrocessieovereenkomsten en omgekeerde retrocessieovereenkomsten of bij verstrekte en opgenomen effecten- of grondstoffenleningen in gebreke blijven.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen