Art. 36 Richtlijn 2006/49/EG
1. De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die bevoegd zijn om de in deze richtlijn omschreven taken te vervullen. Zij stellen de Commissie van deze aanwijzing in kennis, onder vermelding van een eventuele taakverdeling.
2. De bevoegde autoriteiten moeten overheidsinstanties zijn of lichamen die bij de nationale wetgeving of door overheidsinstanties officieel zijn erkend als deel uitmakend van het in de betrokken lidstaat geldende stelsel van toezicht.
3. Aan de bevoegde autoriteiten worden alle benodigde bevoegdheden verleend voor de vervulling van hun taken, in het bijzonder met het oog op het toezicht op de samenstelling van de handelsportefeuille.