Art. 92 Richtlijn 2006/48/EG
1. De voor de kredietprotectie gehanteerde techniek in combinatie met de maatregelen, stappen, procedures en gedragslijnen van de leningverstrekkende kredietinstelling leiden tot kredietproctieregelingen die in alle desbetreffende rechtsgebieden rechtsgeldig en afdwingbaar zijn.
2. De leningverstrekkende kredietinstelling neemt alle vereiste maatregelen om de effectiviteit van de kredietproctieregeling te waarborgen en de daaraan verbonden risico's te beperken.
3. Bij volgestorte kredietprotectie mogen alleen activa in aanmerking worden genomen waarvan de liquiditeit niet te wensen overlaat en waarvan de waarde in de tijd gezien zo stabiel is dat ze gelet op de benadering die gehanteerd wordt voor de berekening van risicogewogen posten en gelet op de toegestane mate van erkenning voldoende zekerheid bieden wat de protectie van het krediet betreft. Alleen de in bijlage VIII, deel 1, genoemde activa komen voor deze doeleinden in aanmerking.
4. Bij volgestorte kredietprotectie heeft de leningverstrekkende kredietinstelling het recht om bij in gebreke blijven, insolventie of faillissement van de debiteur of indien van toepassing, van de bewaarnemer van de zekerheid of bij een andere credit event die in het desbetreffende contract wordt vermeld, de activa die als protectie dienen, bijtijds te liquideren of te behouden. De waarde van de activa die als protectie worden gebruikt, mag niet te nauw gekoppeld zijn aan de kredietkwaliteit van de debiteur.
5. Bij niet-volgestorte kredietprotectie mag de partij van wie de garanties afkomstig zijn, alleen voor erkenning in aanmerking komen als deze betrouwbaar genoeg is en de kredietprotectieovereenkomst in de desbetreffende rechtsgebieden rechtsgeldig en afdwingbaar is; pas dan is er, gelet op de benadering die gehanteerd wordt voor de berekening van risicogewogen posten en gelet op de toegestane mate van erkenning, sprake van voldoende zekerheid wat de protectie van het krediet betreft. Alleen de in bijlage VIII, deel 1, genoemde protectiegevers en soorten kredietprotectieovereenkomsten komen in aanmerking.
6. Er wordt voldaan aan de in bijlage VIII, deel 2, vermelde minimumeisen.