Art. 9 Richtlijn 2006/48/EG
1. Onverminderd andere bij de nationale regelingen vastgestelde algemene voorwaarden verlenen de bevoegde autoriteiten geen vergunning wanneer de kredietinstelling geen afgescheiden eigen vermogen heeft of wanneer het aanvangskapitaal minder bedraagt dan 5 miljoen EUR.
Onder aanvangskapitaal wordt verstaan: het kapitaal en de reserves als bedoeld in artikel 57, onder a) en b).
De lidstaten mogen voortzetting toestaan van de werkzaamheden van kredietinstellingen die niet voldoen aan de voorwaarde betreffende het afgescheiden eigen vermogen, en die op 15 december 1979 bestonden. Zij mogen deze ondernemingen vrijstellen van de in artikel 11, lid 1, eerste alinea, bedoelde voorwaarde.
2. De lidstaten mogen een vergunning verlenen aan bijzondere categorieën kredietinstellingen met een aanvangskapitaal dat minder bedraagt dan wat in lid 1 is voorgeschreven, mits:
a) het aanvangskapitaal niet geringer is dan 1 miljoen EUR;
b) de betrokken lidstaten de Commissie in kennis stellen van de redenen waarom zij van deze mogelijkheid gebruikmaken; en
c) in de in artikel 14 bedoelde lijst bij de naam van de kredietinstelling wordt vermeld dat deze niet het in lid 1 bepaalde minimumaanvangskapitaal heeft bereikt.