Art. 26 Richtlijn 2006/48/EG
1. Voordat het bijkantoor van de kredietinstelling met zijn werkzaamheden aanvangt, beschikt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst over twee maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de in artikel 25 bedoelde mededeling, om het in afdeling 5 bedoelde toezicht op de kredietinstelling voor te bereiden en om, in voorkomend geval, de voorwaarden aan te geven waaronder deze werkzaamheden om redenen van algemeen belang in de lidstaat van ontvangst moeten worden uitgeoefend.
2. Zodra een mededeling van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst is binnengekomen of, wanneer deze niet reageert, zodra de in lid 1 bedoelde termijn is verstreken, kan het bijkantoor gevestigd worden en met zijn werkzaamheden aanvangen.
3. In geval van wijziging van de inhoud van een van de overeenkomstig artikel 25, lid 2, onder b), c) of d), verstrekte gegevens stelt de kredietinstelling de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en van de lidstaat van ontvangst schriftelijk van de betreffende wijziging in kennis, zulks ten minste één maand voor de toepassing van de wijziging, opdat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst zich overeenkomstig artikel 25, en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst zich overeenkomstig lid 1 van dit artikel kunnen uitspreken.
4. De bijkantoren die, overeenkomstig de bepalingen van de lidstaat van ontvangst, hun werkzaamheden hebben aangevangen vóór 1 januari 1993, worden geacht onderworpen te zijn geweest aan de procedure van artikel 25 en van de leden 1 en 2 van het onderhavige artikel. Zij vallen vanaf 1 januari 1993 onder het bepaalde in lid 3 van het onderhavige artikel en onder artikelen 23 en 43, alsmede onder afdelingen 2 en 5.