Art. 25 Richtlijn 2006/48/EG
1. Iedere kredietinstelling die op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor wenst te vestigen, stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis.
2. De lidstaten verlangen dat de kredietinstelling die een bijkantoor in een andere lidstaat wenst te vestigen, de in lid 1 bedoelde kennisgeving vergezeld doet gaan van de volgende gegevens:
a) de lidstaat op het grondgebied waarvan zij voornemens is een bijkantoor te vestigen;
b) een programma van werkzaamheden waarin onder meer de aard van de voorgenomen activiteiten en de organisatiestructuur van het bijkantoor worden vermeld;
c) het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd; en
d) de naam van de degenen die het bijkantoor gaan beheren.
3. Tenzij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, gelet op het betrokken project, redenen heeft om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de administratieve structuur of van de financiële positie van de kredietinstelling, doet zij binnen drie maanden na ontvangst van alle in lid 2 bedoelde gegevens, mededeling van deze gegevens aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst en stelt zij de betrokken kredietinstelling hiervan in kennis.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst doet tevens mededeling van het bedrag van het eigen vermogen en de som van de kapitaalvereiste krachtens artikel 75 van de kredietinstelling.
In afwijking van de tweede alinea doet de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in het in artikel 24 genoemde geval mededeling van het bedrag van het eigen vermogen van de financiële instelling en van de som van de geconsolideerde eigenvermogens- en kapitaalvereisten krachtens artikel 75 van de kredietinstelling die haar moederonderneming is.
4. Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst weigert de in lid 2 bedoelde gegevens mede te delen aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, deelt zij de redenen van deze weigering binnen drie maanden na ontvangst van alle gegevens mede aan de betrokken kredietinstelling.
Tegen deze weigering of het uitblijven van een antwoord staat beroep open bij de rechter in de lidstaat van herkomst.