Art. 15 Richtlijn 2006/48/EG

Richtlijn 2006/48/EG

1. Vóór de verlening van een vergunning aan een kredietinstelling raadpleegt de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat in de volgende gevallen:

a) de desbetreffende kredietinstelling is een dochteronderneming van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend;

b) de desbetreffende kredietinstelling is een dochteronderneming van de moederonderneming van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend; of

c) de desbetreffende kredietinstelling staat onder de zeggenschap van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen die de zeggenschap hebben over een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend.

2. Vóór de verlening van een vergunning aan een kredietinstelling raadpleegt de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteit van een betrokken lidstaat die verantwoordelijk is voor het toezicht op verzekeringsondernemingen of beleggingsondernemingen in de volgende gevallen:

a) de desbetreffende kredietinstelling is een dochteronderneming van een verzekeringsonderneming of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend;

b) de desbetreffende kredietinstelling is een dochteronderneming van de moederonderneming van een verzekeringsonderneming of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend; of

c) de desbetreffende kredietinstelling staat onder de zeggenschap van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een verzekeringsonderneming of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend.

3. De onder de leden 1 en 2 bedoelde relevante bevoegde autoriteiten raadplegen elkaar in het bijzonder indien de geschiktheid van de aandeelhouders en de reputatie en ervaring van de bij de leiding van een andere entiteit van dezelfde groep betrokken bestuurders worden beoordeeld. Zij wisselen alle informatie uit betreffende de geschiktheid van de aandeelhouders en de reputatie en ervaring van bestuurders welke van belang is voor het verlenen van een vergunning, alsook voor de doorlopende toetsing van de naleving van de voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening.