Art. 130 Richtlijn 2006/48/EG
1. Als zich in een bankgroep een noodsituatie voordoet die de stabiliteit van het financiële stelsel in een van lidstaten waar aan entiteiten van de groep vergunning is verleend, kan ondermijnen, waarschuwt de bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op geconsolideerde basis, de in artikel 49, onder a), en artikel 50 genoemde autoriteiten zo snel mogelijk, maar daarbij nemen ze wel de voorschriften van titel V, hoofdstuk 1, afdeling 2, in acht. Dit geldt voor alle bevoegde autoriteiten die in de artikelen 125 en 126 voor een bepaalde groep worden genoemd, alsmede voor de bevoegde autoriteit die in lid 1 van artikel 129 wordt genoemd. Indien mogelijk gebruikt de bevoegde autoriteit de bestaande gedefinieerde communicatiekanalen.
2. De bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op geconsolideerde basis, treedt als zij informatie nodig heeft die al aan een andere bevoegde autoriteit is verstrekt, zo mogelijk met deze autoriteit in contact zodat de andere toezichthoudende autoriteiten niet tweemaal worden geïnformeerd.