Art. 124 Richtlijn 2006/48/EG
1. Aan de hand van de technische criteria van bijlage XI onderwerpen de bevoegde autoriteiten de regelingen, strategieën, procedures en mechanismen die de kredietinstellingen met het oog op deze richtlijn hebben ingevoerd, alsmede hun huidige en mogelijke toekomstige risico's aan een evaluatie.
2. De reikwijdte van de in lid 1 bedoelde evaluatie is in overeenstemming met de voorschriften van de onderhavige richtlijn.
3. Op basis van de in lid 1 bedoelde evaluatie bepalen de bevoegde autoriteiten of de door de kredietinstellingen ingevoerde regelingen, strategieën, procedures en mechanismen en het eigen vermogen dat door deze instellingen wordt aangehouden, een degelijk beheer en een solide dekking van hun risico's waarborgen.
4. De bevoegde autoriteiten stellen de frequentie en de omvang van de in lid 1 bedoelde evaluatie vast en houden daarbij rekening met de omvang , het belang van de werkzaamheden van de desbetreffende kredietinstelling voor het financiële stelsel en met de aard, schaal en complexiteit ervan alsmede met het evenredigheidsbeginsel. De evaluatie wordt minimaal eenmaal per jaar bijgewerkt.
5. De evaluatie van de bevoegde autoriteiten omvat ook het renterisico dat een kredietinstelling bij activiteiten buiten handelsportefeuille loopt. Indien de economische waarde van een kredietinstelling met meer dan twintig procent van het eigen vermogen afneemt door een plotselinge en onverwachte verandering in de rentetarieven moeten maatregelen worden getroffen. De omvang van de verandering in de rentetarieven zal worden voorgeschreven door de bevoegde autoriteiten en mag niet van kredietinstelling tot kredietinstelling verschillen.