Art. 5 Richtlijn 2006/43/EG, Intrekking van de toelating

Richtlijn 2006/43/EG

1. De toelating van een wettelijke auditor of een auditkantoor wordt ingetrokken indien de betrouwbaarheid van deze persoon of dat kantoor ernstig in het gedrang is gekomen. De lidstaten kunnen evenwel een redelijke termijn toestaan om aan de betrouwbaarheidsvereisten te voldoen.

2. De toelating van een auditkantoor wordt ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan één van de in artikel 3, lid 4, onder b) en c), gestelde voorwaarden. De lidstaten kunnen evenwel een redelijke termijn toestaan om aan deze voorwaarden te voldoen.

3. Wanneer de toelating van een wettelijke auditor of een auditkantoor om welke reden dan ook wordt ingetrokken, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de toelating wordt ingetrokken, dit met opgave van de redenen voor de intrekking mee aan de relevante bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de wettelijke auditor of het auditkantoor eveneens is toegelaten en waarvan de gegevens overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder c), zijn opgenomen in het register van de intrekkende lidstaat.