Art. 5 Richtlijn 2006/32/EG, Energie-efficiëntie bij eindgebruik in de publieke sector
1. De lidstaten dragen ervoor zorg dat de publieke sector in het kader van deze richtlijn een voorbeeldrol vervult. Hiertoe geven zij tegenover burgers en/of bedrijven in voorkomende gevallen op doeltreffende wijze bekendheid aan de tot voorbeeld dienende rol en acties van de publieke sector.
De lidstaten zorgen ervoor dat de publieke sector één of meer maatregelen ter verbetering van energie-efficiëntie neemt en zich richt op kosteneffectieve maatregelen die de grootste energiebesparing in de kortst mogelijke tijd realiseren. Deze maatregelen worden op elk passend nationaal, regionaal en/of lokaal niveau genomen en kunnen wetgevende initiatieven en/of vrijwillige overeenkomsten, zoals bedoeld in artikel 6, lid 2, onder b), of andere regelingen met een vergelijkbaar effect omvatten. Onverminderd de nationale en communautaire wetgeving inzake overheidsopdrachten:
— worden ten minste twee maatregelen gekozen uit de indicatieve lijst die is opgenomen in bijlage VI;
— vergemakkelijken de lidstaten dit proces door richtsnoeren te publiceren over energie-efficiëntie en energiebesparingen als een mogelijk beoordelingscriterium bij de concurrerende aanbesteding van overheidsopdrachten.
De lidstaten vergemakkelijken en scheppen de mogelijkheden voor de uitwisseling van optimale praktijken tussen organen van de publieke sector, bijvoorbeeld over op energie-efficiëntie gerichte praktijken voor het plaatsen van overheidsopdrachten, zowel op nationaal als op internationaal niveau; daartoe werkt de in lid 2 bedoelde organisatie met de Commissie samen in verband met de uitwisseling van optimale praktijken zoals bedoeld in artikel 7, lid 3.
2. De lidstaten belasten één of meer nieuwe of bestaande organisaties met de administratieve, beheerstechnische en uitvoerende taken met betrekking tot de integratie van eisen inzake de verbetering van energie-efficiëntie, zoals bepaald in lid 1. Hierbij kan het gaan om dezelfde instanties of agentschappen van de publieke sector als die welke in artikel 4, lid 4, worden bedoeld.