Art. 3 Richtlijn 2006/32/EG, Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) „energie”: alle vormen van in de handel verkrijgbare energie, waaronder elektriciteit, aardgas (met inbegrip van vloeibaar aardgas en LPG), brandstoffen voor verwarming of koeling (met inbegrip van stadsverwarming en -koeling), steenkool en bruinkool, turf, transportbrandstof (met uitzondering van bunkerbrandstoffen voor het lucht- en zeevervoer) en biomassa zoals deze laatste omschreven wordt in Richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt (14);
b) „energie-efficiëntie”: de verhouding tussen de verkregen prestatie, dienst, goederen of energie, en de energietoevoer hiervoor;
c) „verbetering van energie-efficiëntie”: een toename van de energie-efficiëntie bij het eindgebruik ten gevolge van technologische, gedrags‐ en/of economische veranderingen;
d) „energiebesparingen”: een hoeveelheid bespaarde energie die wordt vastgesteld door meting en/of raming van het verbruik voor en na de uitvoering van één of meer maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie, waarbij de externe omstandigheden die het energieverbruik beïnvloeden, genormaliseerd worden;
e) „energiedienst”: het fysieke voordeel, het fysieke nut of het fysieke welzijn dat wordt bereikt met een combinatie van energie met energie-efficiënte technologie en/of handeling, die de bewerkingen, het onderhoud en de controle kan omvatten die nodig zijn voor de levering van de diensten, welke worden geleverd op basis van een overeenkomst en welke onder normale omstandigheden hebben aangetoond te leiden tot een controleerbare en meetbare of een te ramen verbetering van de energie-efficiëntie en/of van primaire energiebesparingen;
f) „mechanismen voor energie-efficiëntie”: algemene instrumenten gebruikt door regeringen of overheidsinstanties voor het tot stand brengen van een ondersteunend kader of van stimuleringsmaatregelen voor marktdeelnemers voor het leveren en aankopen van energiediensten en andere maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie;
g) „programma's ter verbetering van de energie-efficiëntie”: activiteiten die gericht zijn op groepen eindafnemers en normaliter leiden tot een controleerbare en meetbare of te ramen verbetering van de energie-efficiëntie;
h) „maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie”: alle maatregelen die normaliter leiden tot een controleerbare en meetbare of te ramen verbetering van de energie-efficiëntie;
i) „leverancier van energiediensten”: een natuurlijke of rechtspersoon die in de inrichtingen of gebouwen van een gebruiker energiediensten en/of andere maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie levert en daarbij tot op zekere hoogte financiële risico's accepteert. De betaling van de geleverde diensten wordt (geheel of gedeeltelijk) gebaseerd op de realisatie van verbeteringen van de energie-efficiëntie en op de inachtneming van de andere overeengekomen prestatiecriteria;
j) „energieprestatiecontract”: een contractuele regeling tussen de begunstigde en de aanbieder (normaliter een leverancier van energiediensten) met betrekking tot een maatregel ter verbetering van de energie-efficiëntie, waarbij investeringen in die maatregelen worden vergoed in verhouding tot de contractueel vastgelegde mate van verbetering van de energie-efficiëntie;
k) „financiering door derden”: een contractuele regeling waarbij — naast de energieleverancier en de begunstigde van de maatregel ter verbetering van de energie-efficiëntie — een derde betrokken is die het kapitaal voor de maatregel verstrekt en de begunstigde een financiële bijdrage aanrekent die in verhouding staat tot een deel van de energiebesparingen die worden gerealiseerd ten gevolge van de maatregel ter verbetering van de energie-efficiëntie. Deze derde kan al dan niet een leverancier van energiediensten zijn;
l) „energieaudit”: een systematische procedure waarmee afdoende informatie wordt verkregen omtrent het huidige energiegebruiksprofiel van een gebouw of groep gebouwen, van een industriële activiteit en/of installatie of van private of publieke diensten, mogelijkheden voor kosteneffectieve energiebesparing worden gesignaleerd en gekwantificeerd en de resultaten worden gerapporteerd;
m) „financiële instrumenten voor energiebesparing”: alle financiële instrumenten zoals kapitaal, subsidies, belastingvoordelen, leningen, financiering door derden, energieprestatiecontracten, contracten met energiebesparingsgarantie, contracten voor energie-outsourcing en andere verwante contracten die door publieke of private organismen op de markt worden gebracht teneinde de aanloopkosten voor de uitvoering van maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie deels of volledig te dekken;
n) „eindafnemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die energie koopt voor eigen eindgebruik;
o) „energiedistributeur”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het transport van energie, met het oog op levering aan de eindafnemers en aan de distributiestations die energie aan eindafnemers verkopen. Onder deze definitie vallen niet de distributienetbeheerders van elektriciteit en aardgas, die onder p) vallen;
p) „distributienetbeheerder”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, zo nodig, de ontwikkeling van het distributienet van elektriciteit en aardgas en, indien van toepassing, de koppeling met andere netten en die ervoor zorgt dat het net op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar distributie van elektriciteit of aardgas;
q) „detailhandelaar in energie”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die energie aan eindafnemers verkoopt;
r) „kleine distributeur, kleine distributienetbeheerder of kleine detailhandelaar in energie”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die energie aan eindafnemers distribueert of verkoopt en die minder dan het equivalent van 75 GWh aan energie per jaar distribueert of verkoopt, of minder dan tien personen in dienst heeft of wiens jaaromzet of jaarlijkse balanstotaal niet meer bedraagt dan 2 000 000 EUR;
s) „witte certificaten”: door onafhankelijke certificeringsinstanties afgegeven certificaten waarin de claims van marktdeelnemers ten aanzien van de besparing van energie ten gevolge van maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie worden bevestigd.