Art. 6 Verordening (EG) nr. 1698/2005, Partnerschap
Verordening (EG) nr. 1698/2005
1. De bijstand van het ELFPO wordt uitgevoerd op basis van nauw overleg, hierna „partnerschap” genoemd, tussen de Commissie en de lidstaat en met de autoriteiten en instanties die de lidstaat overeenkomstig de nationale voorschriften en gebruiken aanwijst, onder meer:
a) de bevoegde regionale en plaatselijke en andere overheden;
b) de economische en sociale partners;
c) andere geschikte instanties die representatief zijn voor het maatschappelijk middenveld, niet-gouvernementele organisaties, daaronder begrepen milieuorganisaties, en instanties die tot taak hebben de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen.
De lidstaat wijst de meest representatieve partners op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau en op economisch, sociaal en milieugebied of andere gebieden aan, hierna „partners” genoemd. Hij schept de voorwaarden voor een brede en doeltreffende betrokkenheid van alle geschikte instanties in overeenstemming met de nationale voorschriften en gebruiken, waarbij hij rekening houdt met de noodzaak de gelijkheid van mannen en vrouwen en duurzame ontwikkeling te bevorderen door integratie van de eisen betreffende milieubescherming en -verbetering.
2. Het partnerschap wordt uitgeoefend met volledige inachtneming van de respectieve institutionele, juridische en financiële verantwoordelijkheden van de onderscheiden categorieën partners als omschreven in lid 1.
3. Het partnerschap wordt betrokken bij de voorbereiding van en het toezicht op het nationale strategische plan en bij de voorbereiding, de uitvoering, het toezicht en de evaluatie van de programma's voor plattelandsontwikkeling. De lidstaten betrekken alle geschikte partners bij de verschillende stadia van de programmering, daarbij terdege rekening houdend met de voor elk stadium bepaalde termijn.