Art. 33 Verordening (EG) nr. 1290/2005, Specifieke bepalingen voor het ELFPO
Verordening (EG) nr. 1290/2005
1. De lidstaten verrichten de financiële correcties die uit de ten aanzien van de concrete acties of de programma's voor plattelandsontwikkeling ontdekte onregelmatigheden en nalatigheden voortvloeien, door de betrokken communautaire financiering volledig of gedeeltelijk in te trekken. De lidstaten houden rekening met de aard en de ernst van de geconstateerde onregelmatigheden en met de omvang van het financiële verlies voor het ELFPO.
2. Indien de betrokken communautaire geldmiddelen reeds aan de begunstigde zijn betaald, vordert het erkende betaalorgaan deze geldmiddelen volgens zijn eigen terugvorderingsprocedures terug en gebruikt het de teruggekregen bedragen overeenkomstig lid 3, onder c), opnieuw.
3. De lidstaten verrichten de financiële correcties en gebruiken de betrokken geldmiddelen opnieuw met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a) wanneer onregelmatigheden worden geconstateerd, verbreden de lidstaten hun onderzoek om alle concrete acties te bestrijken waarop die onregelmatigheden van invloed kunnen zijn;
b) de lidstaten delen de overeenkomstige correcties mee aan de Commissie;
c) de bedragen aan communautaire financiering die zijn ingetrokken, en de teruggekregen bedragen met inbegrip van de desbetreffende rentevergoedingen worden opnieuw toegewezen aan het betrokken programma. De lidstaat kan de ingetrokken of teruggekregen communautaire geldmiddelen echter alleen gebruiken voor een concrete actie in het kader van hetzelfde programma voor plattelandsontwikkeling, met dien verstande dat die geldmiddelen niet opnieuw mogen worden bestemd voor concrete acties waarvoor een financiële correctie heeft plaatsgevonden.
4. Bij de indiening van de jaarrekeningen overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder c), iii), bezorgen de lidstaten de Commissie een samenvattend overzicht van de in verband met onregelmatigheden ingeleide terugvorderingsprocedures, waarbij zij de nog niet teruggekregen bedragen uitsplitsen per administratieve en/of gerechtelijke procedure en per jaar van het eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal van de onregelmatigheid.
Zij stellen de Commissie in kennis van hun besluit of voornemen met betrekking tot de wijze waarop zij de geannuleerde geldmiddelen opnieuw zullen gebruiken en in voorkomend geval het financieringsplan voor het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling zullen wijzigen.
5. Na de procedure van artikel 31, lid 3, te hebben gevolgd, kan de Commissie in de volgende gevallen besluiten de terug te vorderen bedragen ten laste van de lidstaat te laten komen:
a) indien de lidstaat voor de terugvordering van de aan de begunstigden betaalde geldmiddelen niet alle administratieve of gerechtelijke procedures heeft ingeleid waarin de nationale en communautaire wet- en regelgeving voorzien;
b) indien de lidstaat zijn verplichtingen op grond van lid 3, onder a) en c), niet is nagekomen.
6. Indien de in lid 2 bedoelde invordering eerst na de afsluiting van het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling heeft kunnen plaatsvinden, betaalt de lidstaat de teruggekregen bedragen aan de Gemeenschapsbegroting terug.
7. De lidstaat kan na de afsluiting van het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling onder de in artikel 32, lid 6, vastgestelde voorwaarden besluiten de terugvorderingsprocedure stop te zetten.
8. Indien de invordering niet heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de afsluiting van het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling, of binnen zes jaar na die afsluiting als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij nationale rechtbanken, worden de financiële gevolgen van het achterwege blijven van de invordering voor 50 % door de betrokken lidstaat en voor 50 % door de Gemeenschapsbegroting gedragen.
Indien evenwel, om redenen die niet kunnen worden toegeschreven aan de betrokken lidstaat, de terugvordering niet binnen de in de eerste alinea van dit lid gespecificeerde termijnen kon plaatsvinden en het terug te vorderen bedrag meer dan 1 miljoen EUR bedraagt, kan de Commissie op verzoek van de lidstaat de termijnen met maximaal de helft van de oorspronkelijke termijnen verlengen.
9. In de in lid 8 bedoelde gevallen worden de bedragen die overeenkomen met het door de lidstaat gedragen deel van 50 %, door deze laatste aan de Gemeenschapbegroting betaald.
10. Indien de Commissie een financiële correctie verricht, doet die correctie niet af aan de verplichtingen van de lidstaat om de bedragen die hij bij wijze van eigen financiële bijdrage heeft betaald, overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad (14) terug te vorderen.