Art. 32 Verordening (EG) nr. 1290/2005, Specifieke bepalingen voor het ELGF

Verordening (EG) nr. 1290/2005

1. De in verband met onregelmatigheden of nalatigheden teruggevorderde bedragen en de desbetreffende rentevergoedingen worden overgemaakt aan de betaalorganen en door hen geboekt als bestemmingsontvangsten van het ELGF voor de maand waarin zij daadwerkelijk zijn geïnd.

2. Bij de overmaking aan de Gemeenschapsbegroting van de teruggevorderde bedragen zoals bedoeld in lid 1 mag de lidstaat daarvan 20 % inhouden als forfaitaire vergoeding voor de terugvorderingskosten, behalve voor de bedragen waarbij sprake is van onregelmatigheden of nalatigheden die te wijten zijn aan overheidsdiensten of andere instanties van de betrokken lidstaat.

3. Bij de indiening van de jaarrekeningen overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder c), iii), bezorgen de lidstaten de Commissie een samenvattend overzicht van de in verband met onregelmatigheden ingeleide terugvorderingsprocedures, waarbij zij de nog niet teruggekregen bedragen uitsplitsen per administratieve en/of gerechtelijke procedure en per jaar van het eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal van de onregelmatigheid.

De lidstaten houden het gedetailleerde overzicht van de individuele terugvorderingsprocedures en van de nog niet teruggekregen individuele bedragen ter beschikking van de Commissie.

4. Na de procedure van artikel 31, lid 3, te hebben gevolgd, kan de Commissie in de volgende gevallen besluiten de terug te vorderen bedragen ten laste van de lidstaat te laten komen:

a) indien de lidstaat in het jaar na het eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal voor de terugvordering niet alle administratieve of gerechtelijke procedures heeft ingeleid waarin de nationale en de communautaire wet- en regelgeving voorzien;

b) indien het eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal niet is opgemaakt of is opgemaakt met een vertraging die de invordering in gevaar kan brengen, of indien de onregelmatigheid niet in het jaar van het eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal is opgenomen in het in lid 3, eerste alinea, van het onderhavige artikel bedoelde samenvattende overzicht.

5. Indien de invordering niet heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van het eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal, of binnen acht jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij nationale rechtbanken, worden de financiële gevolgen van het achterwege blijven van de invordering voor 50 % door de betrokken lidstaat en voor 50 % door de Gemeenschapsbegroting gedragen.

De betrokken lidstaat vermeldt de bedragen waarvoor de invordering niet binnen de in de eerste alinea van het onderhavige lid genoemde termijnen heeft plaatsgevonden, afzonderlijk in het in lid 3, eerste alinea, bedoelde samenvattende overzicht.

De verdeling, overeenkomstig de eerste alinea van het onderhavige lid, van de financiële last die het gevolg is van het achterwege blijven van invordering, doet niet af aan de verplichting voor de betrokken lidstaat om de terugvorderingsprocedures overeenkomstig artikel 9, lid 1, voort te zetten. De daarbij teruggekregen bedragen worden, na toepassing van de in lid 2 bedoelde inhouding, voor 50 % aan het ELGF gecrediteerd.

Indien in het kader van de terugvorderingsprocedure in een administratief of gerechtelijk besluit met een definitief karakter wordt geconstateerd dat er geen sprake is van een onregelmatigheid, declareert de betrokken lidstaat de financiële last die hij op grond van de eerste alinea van het onderhavige lid heeft gedragen, aan het ELGF als uitgave.

Indien evenwel, om redenen die niet kunnen worden toegeschreven aan de betrokken lidstaat, de terugvordering niet binnen de in de eerste alinea van dit lid gespecificeerde termijnen kon plaatsvinden en het terug te vorderen bedrag meer dan 1 miljoen EUR bedraagt, kan de Commissie op verzoek van de lidstaat de termijnen met maximaal de helft van de oorspronkelijke termijnen verlengen.

6. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen in de volgende gevallen worden genomen:

a) indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het terug te vorderen bedrag;

b) indien de invordering onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid.

De betrokken lidstaat vermeldt de bedragen waarvoor hij heeft besloten de terugvorderingsprocedures niet voort te zetten, afzonderlijk in het in lid 3, eerste alinea, bedoelde samenvattende overzicht, onder opgave van de redenen voor zijn besluit.

7. De ten laste van de lidstaat komende financiële gevolgen van de toepassing van lid 5 worden door de betrokken lidstaat opgenomen in de jaarrekeningen die op grond van artikel 8, lid 1, onder c), iii), bij de Commissie moeten worden ingediend. De Commissie gaat na of dit correct is gebeurd, en verricht in voorkomend geval de nodige aanpassingen bij de vaststelling van de in artikel 30, lid 1, bedoelde beschikking.

8. Na de procedure van artikel 31, lid 3, te hebben gevolgd kan de Commissie in de volgende gevallen besluiten ten laste van de Gemeenschapsbegroting gebrachte bedragen aan communautaire financiering te onttrekken:

a) in het kader van de toepassing van de leden 5 en 6 van het onderhavige artikel, indien zij constateert dat de onregelmatigheid of het achterwege blijven van invordering het gevolg is van onregelmatigheden of nalatigheden die te wijten zijn aan overheidsdiensten of andere instanties van de betrokken lidstaat;

b) in het kader van de toepassing van lid 6 van het onderhavige artikel, indien zij van mening is dat de door de lidstaat aangevoerde redenen niet voldoende zijn om zijn besluit de terugvorderingsprocedure stop te zetten te rechtvaardigen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen