Art. 29 Verordening (EG) nr. 1290/2005, Ambtshalve doorhalen van vastleggingen

Verordening (EG) nr. 1290/2005

1. Het gedeelte van een vastlegging voor een programma voor plattelandsontwikkeling dat uiterlijk op 31 december van het tweede jaar na het jaar van de vastlegging niet voor de voorfinanciering of voor tussentijdse betalingen is gebruikt en waarvoor uiterlijk op die datum bij de Commissie ook geen enkele uitgavendeclaratie uit hoofde van de verrichte uitgaven is ingediend die voldoet aan de in artikel 26, lid 3, genoemde voorwaarden, wordt door de Commissie ambtshalve doorgehaald.

2. Het gedeelte van de op 31 december 2015 nog openstaande vastleggingen waarvoor uiterlijk op 30 juni 2016 geen uitgavendeclaratie is ingediend, wordt ambtshalve doorgehaald.

3. Indien een latere beschikking van de Commissie dan de beschikking tot goedkeuring van het programma voor plattelandsontwikkeling nodig is om steunverlening of een steunregeling toe te staan, loopt de termijn voor het ambtshalve doorhalen vanaf de datum van die latere beschikking. De bedragen waarvoor deze afwijking geldt, worden vastgesteld op basis van een door de lidstaat meegedeeld overzicht.

4. In geval van een gerechtelijke procedure of een administratief beroep met schorsende werking wordt de in lid 1 of 2 bedoelde termijn waarna ambtshalve wordt doorgehaald, gedurende die procedure of dat administratief beroep geschorst voor het bedrag dat met de betrokken concrete acties overeenkomt, mits de Commissie uiterlijk op 31 december van jaar N + 2 een met redenen omklede kennisgeving ontvangt van de lidstaat.

5. Bij de berekening van de ambtshalve door te halen bedragen worden niet meegerekend:

a) het gedeelte van de vastleggingen waarvoor de situatie op 31 december van jaar N + 2 is dat een uitgavendeclaratie is ingediend, maar dat de Commissie de vergoeding heeft verlaagd of geschorst;

b) het gedeelte van de vastleggingen waarvoor het betaalorgaan door overmacht geen betaling heeft kunnen verrichten, in het geval dat deze situatie ernstige repercussies heeft voor de tenuitvoerlegging van het programma voor plattelandsontwikkeling. De nationale autoriteiten die zich op overmacht beroepen, moeten de rechtstreekse gevolgen van de overmachtsituatie voor de tenuitvoerlegging van het programma als geheel of van een deel daarvan aantonen.

6. De Commissie brengt de lidstaat en de betrokken autoriteiten tijdig op de hoogte wanneer er gevaar voor ambtshalve doorhalen bestaat. De Commissie stelt de lidstaat en de betrokken autoriteiten in kennis van het bedrag dat volgens de gegevens in haar bezit ambtshalve moet worden doorgehaald. De lidstaat beschikt over een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de ontvangst van die kennisgeving om akkoord te gaan met het betrokken bedrag of zijn opmerkingen kenbaar te maken. De Commissie gaat over tot het ambtshalve doorhalen uiterlijk negen maanden na de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde uiterste data.

7. Indien een bedrag ambtshalve wordt doorgehaald, wordt de bijdrage uit het ELFPO voor het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling voor het betrokken jaar met dat bedrag verlaagd. De lidstaat legt een herzien financieringsplan over waarin de verlaging van de steun over de prioritaire zwaartepunten van het programma is verdeeld. Bij ontstentenis daarvan verlaagt de Commissie de voor de onderscheiden prioritaire zwaartepunten toegewezen bedragen verhoudingsgewijs.

8. Indien de onderhavige verordening na 1 januari 2007 in werking treedt, wordt voor de eerste vastlegging de termijn waarna de eerste ambtshalve verrichte doorhaling zoals bedoeld in lid 1 kan plaatsvinden, verlengd met het aantal maanden dat verstrijkt tussen 1 januari 2007 en de datum waarop de Commissie het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling vaststelt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen