Art. 21, Controles op plaatsen van uitgang en grensinspectieposten

1. Onverminderd de controles die op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 639/2003 moeten worden verricht op dieren die op plaatsen van uitgang of grensinspectieposten worden aangeboden, controleren de officiële dierenartsen van de lidstaten of de dieren conform deze verordening worden vervoerd en met name of:

a) de vervoerder een kopie van een geldige vergunning als bedoeld in artikel 10, lid 1, of, voor lange transporten, in artikel 11, lid 1, heeft overgelegd;

b) de bestuurder van een wegvoertuig dat als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten of varkens, dan wel pluimvee vervoert, en de verzorger een geldig getuigschrift van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 17, lid 2, hebben overgelegd;

c) de conditie van de dieren goed genoeg is om hun reis voort te zetten;

d) het vervoermiddel waarmee de dieren hun reis zullen voortzetten, voldoet aan bijlage I, hoofdstuk II en, indien van toepassing, hoofdstuk VI;

e) in het geval van uitvoer de vervoerder heeft aangetoond dat het transport van de plaats van vertrek tot de eerste losplaats in het land van eindbestemming in overeenstemming is met de in bijlage V opgenomen internationale overeenkomsten die in de betrokken derde landen van toepassing zijn;

f) de als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten of varkens een lang transport hebben ondergaan, dan wel nog moeten ondergaan.

2. Bij lange transporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten of varkens verrichten de officiële dierenartsen van de plaatsen van uitgang en grensinspectieposten de in bijlage II, Journaal, afdeling 3 („Plaats van bestemming”) vermelde controles, en tekenen zij de resultaten daarvan op. De resultaten van die controles en van de in lid 1 bedoelde controle worden door de bevoegde autoriteit bewaard gedurende ten minste drie jaar na de datum van de controles, met inbegrip van een kopie van het desbetreffende registratieblad of de desbetreffende bestuurderskaart als bedoeld in bijlage I of bijlage I B van Verordening (EEG) nr. 3821/85 indien het voertuig onder deze verordening valt.

3. Indien de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de dieren niet in staat zijn om de reis te voltooien, moeten zij uitgeladen, gedrenkt en gevoederd worden, en rust krijgen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen