Art. 38 Richtlijn 2005/85/EG, Procedureregels

Richtlijn 2005/85/EG

1. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de bevoegde autoriteit overweegt de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in te trekken overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn 2004/83/EG, de betrokkene de volgende waarborgen geniet:

a) hij wordt er schriftelijk van in kennis gesteld dat de bevoegde autoriteit heroverweegt, of hij in aanmerking komt voor de vluchtelingenstatus, en van de redenen voor die heroverweging, en

b) hem wordt de kans geboden om, tijdens een persoonlijk gehoor overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder b), en de artikelen 12, 13 en 14, of in een schriftelijke verklaring, de redenen voor te leggen waarom de vluchtelingenstatus niet mag worden ingetrokken.

Bovendien zorgen de lidstaten ervoor dat, in het kader van die procedure:

c) de bevoegde autoriteit precieze en bijgewerkte informatie uit diverse bronnen kan inwinnen zoals, in voorkomend geval, informatie van het Bureau van de UNHCR, wat betreft de algemene situatie die in de landen van herkomst van de betrokken personen heerst, en

d) wanneer er over het individuele geval informatie wordt ingewonnen met het oog op een heroverweging van de vluchtelingenstatus, deze informatie niet wordt ingewonnen bij de actor(en) van de vervolging op een wijze die ertoe leidt dat deze actor(en) rechtstreeks te weten komt (komen) dat de betrokken persoon een vluchteling is wiens status wordt heroverwogen, noch resulteert in gevaar voor de fysieke integriteit van de betrokkene en van de te zijnen laste komende personen, dan wel voor de vrijheid en veiligheid van zijn nog in het land van herkomst levende familieleden.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de beslissing van de bevoegde autoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken, schriftelijk wordt meegedeeld. De redenen in feite en in rechte worden in de beslissing genoemd en informatie over de manier waarop de beslissing kan worden aangevochten wordt schriftelijk verstrekt.

3. Zodra de bevoegde autoriteit de beslissing heeft genomen om de vluchtelingenstatus in te trekken, zijn artikel 15, lid 2, artikel 16, lid 1, en artikel 21 eveneens van toepassing.

4. In afwijking van de leden 1, 2 en 3 kunnen de lidstaten beslissen dat de vluchtelingenstatus van rechtswege vervalt bij beëindiging overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), b), c) en d), van Richtlijn 2004/83/EG, of indien de vluchteling ondubbelzinnig afziet van zijn erkenning als vluchteling.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen