Art. 35 Richtlijn 2005/85/EG, Grensprocedures

Richtlijn 2005/85/EG

1. De lidstaten kunnen procedures invoeren om, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, aan de grens of in transitzones van de lidstaten een beslissing te nemen over asielverzoeken die aldaar worden ingediend.

2. Bij gebreke evenwel van procedures zoals bedoeld in lid 1 kunnen de lidstaten, overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in overeenstemming met de wet- of regelgeving die op 1 december 2005 van kracht is, van de in hoofdstuk II omschreven fundamentele beginselen en waarborgen afwijkende specifieke procedures handhaven om aan de grens of in transitzones een beslissing te nemen over het verlenen van toegang tot hun grondgebied aan asielzoekers die aldaar zijn aangekomen en een asielverzoek hebben ingediend.

3. De in lid 2 bedoelde procedures dienen er met name voor te zorgen dat de betrokkenen:

a) de toestemming krijgen aan de grens of in transitzones van de lidstaat te blijven, onverminderd artikel 7, en

b) onmiddellijk worden ingelicht over hun rechten en plichten, zoals omschreven in artikel 10, lid 1, onder a), en

c) indien nodig de diensten van een tolk, zoals omschreven in artikel 10, lid 1, onder b), aangeboden krijgen, en

d) worden gehoord vooraleer de bevoegde autoriteit een beslissing in dergelijke procedures neemt, met betrekking tot hun asielverzoek door personen die over voldoende kennis beschikken van normen die van toepassing zijn op het gebied van het asiel- en vluchtelingenrecht, zoals omschreven in de artikelen 12, 13 en 14, en

e) een juridische adviseur of andere raadsman die door het nationale recht als zodanig is erkend of toegelaten, zoals omschreven in artikel 15, lid 1, kunnen raadplegen, en

f) een vertegenwoordiger krijgen ingeval het niet-begeleide minderjarigen betreft, zoals omschreven in artikel 17, lid 1, tenzij artikel 17, lid 2 of 3, van toepassing is.

Wanneer de toegang tot het grondgebied door een bevoegde autoriteit wordt geweigerd, dient de bevoegde autoriteit de feitelijke en de juridische gronden te vermelden waarom het asielverzoek ongegrond of niet-ontvankelijk is.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat een beslissing in het kader van de in lid 2 voorgeschreven procedures binnen een redelijke termijn wordt genomen. Wanneer niet binnen vier weken een beslissing is genomen, wordt aan de asielzoeker toegang tot het grondgebied van de lidstaat verleend zodat zijn verzoek kan worden behandeld overeenkomstig de andere bepalingen van deze richtlijn.

5. Wanneer het door specifieke vormen van aankomst of van de aankomst van grote aantallen onderdanen van derde landen of staatlozen die aan de grens of in een transitzone asielverzoeken indienen, praktisch onmogelijk is om aldaar de bepalingen van lid 1 of de specifieke procedure van de leden 2 en 3 toe te passen, kan deze procedure ook worden toegepast indien en zolang de onderdanen van derde landen of staatlozen op normale wijze worden ondergebracht op plaatsen nabij de grens of de transitzone.

Vorige artikelen

Volgende artikelen