Art. 9 Richtlijn 2005/71/EG, Gezinsleden
1. Wanneer een lidstaat besluit om een verblijfstitel toe te kennen aan de gezinsleden van een onderzoeker, heeft deze titel dezelfde geldigheidsduur als de aan de onderzoeker toegekende verblijfstitel, mits de geldigheidsduur van hun reisdocumenten dat mogelijk maakt. In deugdelijk gemotiveerde gevallen kan de geldigheidsduur van de verblijfstitel van het gezinslid van de onderzoeker worden verkort.
2. Voor de afgifte van de verblijfstitel aan de gezinsleden van de tot een lidstaat toegelaten onderzoeker geldt niet de eis van een minimale verblijfsduur van de onderzoeker.