Art. 5 Richtlijn 2005/71/EG, Erkenning

Richtlijn 2005/71/EG

1. Een onderzoeksinstelling die een onderzoeker wenst te ontvangen in het kader van de toelatingsprocedure die bij deze richtlijn wordt ingevoerd, moet vooraf door de betrokken lidstaat worden erkend.

2. De erkenning van onderzoeksinstellingen geschiedt in overeenstemming met de procedures die in het nationale recht of de administratieve praktijk van de lidstaten zijn voorgeschreven. Verzoeken om erkenning van openbare en particuliere organisaties worden overeenkomstig die procedures gedaan, en zijn gebaseerd op hun wettelijke opdracht of maatschappelijk doel en op het bewijs dat zij zich met onderzoeksactiviteiten bezighouden.

De aan een onderzoekinstelling verleende erkenning geldt voor ten minste vijf jaar. In uitzonderlijke gevallen kunnen de lidstaten die erkenning voor een kortere termijn verlenen.

3. Overeenkomstig de nationale wetgeving kunnen de lidstaten van de onderzoeksinstelling een schriftelijke verbintenis eisen om, in geval van illegaal verblijf van een onderzoeker op het grondgebied van de betrokken lidstaat, de kosten voor diens verblijf en terugreis die uit overheidsmiddelen zijn opgebracht, terug te betalen. De financiële aansprakelijkheid van de onderzoeksinstelling verstrijkt uiterlijk zes maanden na de beëindiging van de gastovereenkomst.

4. De lidstaten kunnen voorschrijven dat de erkende instelling binnen twee maanden nadat een gastovereenkomst afloopt, bij de daartoe door de lidstaat aangewezen bevoegde instanties bevestigt dat de werkzaamheden in het kader van het onderzoeksproject waarvoor op grond van artikel 6 een gastovereenkomst werd gesloten, daadwerkelijk werden verricht.

5. De bevoegde instanties in elke lidstaat publiceren regelmatig bijgewerkte lijsten van de uit hoofde van deze richtlijn erkende onderzoeksinstellingen.

6. De lidstaten kunnen onder meer weigeren de erkenning van een onderzoeksinstelling te verlengen of deze intrekken indien de instelling niet langer voldoet aan de in de leden 2, 3 en 4 gestelde voorwaarden, indien de erkenning op frauduleuze wijze is verkregen of indien een onderzoeksinstelling op frauduleuze of nalatige wijze een gastovereenkomst met een onderdaan van een derde land heeft gesloten. Indien de erkenning is ingetrokken of niet is verlengd, kan de betrokken onderzoeksinstelling voor een periode van maximaal vijf jaar na de bekendmaking van de beslissing tot intrekking of niet-verlenging belet worden om opnieuw erkenning aan te vragen.

7. De lidstaten kunnen in hun nationale wetgeving bepalen welke gevolgen de intrekking of niet-verlenging van de erkenning inhoudt voor de bestaande, overeenkomstig artikel 6 gesloten gastovereenkomsten, en voor de verblijfstitels van de betrokken onderzoekers.