Art. 13 Richtlijn 2005/71/EG, Mobiliteit tussen lidstaten
1. Een onderdaan van een derde land, die op grond van deze richtlijn als onderzoeker is toegelaten, mag onder de voorwaarden van dit artikel een deel van zijn onderzoek op het grondgebied van een andere lidstaat verrichten.
2. Indien de onderzoeker voor een periode van ten hoogste drie maanden in een andere lidstaat verblijft, kan het onderzoek worden verricht op basis van de in de eerste lidstaat gesloten gastovereenkomst, voorzover hij in de andere lidstaat over voldoende middelen beschikt en in de tweede lidstaat niet als een bedreiging van de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid wordt beschouwd.
3. Indien de onderzoeker langer dan drie maanden in een andere lidstaat verblijft, kunnen de lidstaten een nieuwe gastovereenkomst eisen voor de verrichting van het onderzoek in de betrokken lidstaat. In ieder geval moet ten aanzien van de betrokken lidstaat voldaan zijn aan de voorwaarden van de artikelen 6 en 7.
4. Wanneer voor mobiliteitsdoeleinden in de desbetreffende wetgeving is voorzien in de verplichting van een visum of een verblijfstitel, wordt dit visum of deze verblijfstitel tijdig verstrekt binnen een periode die de voortzetting van het onderzoek niet hindert, terwijl aan de bevoegde autoriteiten voldoende tijd wordt gelaten om de aanvragen te behandelen.
5. De lidstaten mogen niet eisen dat de onderzoeker hun grondgebied verlaat om een aanvraag voor een visum of een verblijfstitel in te dienen.