Art. 60 Richtlijn 2005/68/EG, Wijzigingen in Richtlijn 2002/83/EG

Richtlijn 2005/68/EG

Richtlijn 2002/83/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) In artikel 1, lid 1, wordt het volgende punt s) toegevoegd:

„s) „herverzekeringsonderneming”: een herverzekeringsonderneming in de zin van artikel 2, onder c), van Richtlijn 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2005 betreffende herverzekering (*11).

(*11) PB L 323 van 9.12.2005, blz. 1.” "

2) Een nieuw artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 9 bis

Voorafgaande raadpleging van de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten

1. De bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaat worden geraadpleegd alvorens een vergunning wordt verleend aan een levensverzekeringsonderneming die:

a) een dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, of

b) een dochteronderneming is van de moederonderneming van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, of

c) onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend.

2. De bevoegde autoriteit van een betrokken lidstaat die verantwoordelijk is voor het toezicht op kredietinstellingen of beleggingsondernemingen, wordt geraadpleegd alvorens een vergunning wordt verleend aan een levensverzekeringsonderneming die:

a) een dochteronderneming is van een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend, of

b) een dochteronderneming is van de moederonderneming van een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend, of

c) onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend.

3. De relevante in de leden 1 en 2 bedoelde bevoegde autoriteiten raadplegen elkaar in het bijzonder wanneer de geschiktheid van de aandeelhouders en de reputatie en ervaring van de bij de leiding van een andere entiteit van dezelfde groep betrokken bestuurders worden beoordeeld. Zij stellen elkaar in kennis van alle informatie betreffende de geschiktheid van de aandeelhouders en de reputatie en ervaring van bestuurders welke van belang is voor de andere betrokken bevoegde autoriteiten, voor het verlenen van een vergunning, alsook voor de doorlopende toetsing van de naleving van de voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening.”.

3) In artikel 10, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming onthoudt zijn toestemming niet aan een herverzekeringsovereenkomst die door de verzekeringsonderneming is gesloten met een herverzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig Richtlijn 2005/68/EG vergunning is verleend of met een verzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig Richtlijn 73/239/EEG of de onderhavige richtlijn vergunning is verleend, om redenen die rechtstreeks verband houden met de financiële soliditeit van die herverzekeringsonderneming of die verzekeringsonderneming.”.

4) In artikel 15 wordt het volgende lid ingevoegd:

„1 bis. Indien de verwerver van de in lid 1 bedoelde deelnemingen een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een kredietinstelling of beleggingsonderneming is waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, of de moederonderneming van een dergelijke entiteit, of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap over een dergelijke entiteit uitoefent, en indien de onderneming waarin de verwerver een deelneming beoogt te houden, daardoor een dochteronderneming van de verwerver wordt of onder zijn zeggenschap komt, wordt op zijn acquisitie beoordeeld volgens de procedure van voorafgaande raadpleging bedoeld in artikel 9 bis.”.

5) Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a) de leden 4, 5 en 6 worden vervangen door:

„4. De bevoegde autoriteiten die overeenkomstig lid 1 of lid 2 vertrouwelijke gegevens ontvangen, mogen deze slechts gebruiken voor de uitoefening van hun taken:

— voor het onderzoek van de voorwaarden voor de toegang tot het verzekeringsbedrijf en voor het vergemakkelijken van de controle op de voorwaarden waaronder deze werkzaamheden worden uitgeoefend, in het bijzonder ten aanzien van het toezicht op de technische voorzieningen, de solvabiliteitsmarge, de administratieve en boekhoudkundige organisatie en de interne controle, of

— voor het opleggen van sancties, of

— in het kader van een administratief beroep tegen een besluit van de bevoegde autoriteiten, of

— in rechtszaken die aanhangig zijn gemaakt overeenkomstig artikel 67 of ingevolge bijzondere bepalingen van deze richtlijn en van andere richtlijnen betreffende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.

5. De leden 1 en 4 staan niet in de weg aan de uitwisseling van gegevens binnen eenzelfde lidstaat, wanneer er verscheidene bevoegde autoriteiten zijn, of, tussen lidstaten, tussen de bevoegde autoriteiten en:

— autoriteiten aan wie van overheidswege het toezicht op de kredietinstellingen en de andere financiële instellingen is opgedragen, alsmede autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de financiële markten,

— instanties die betrokken zijn bij de liquidatie en het faillissement van verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en andere soortgelijke procedures, en

— met de wettelijke controle van de jaarrekening van verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en andere financiële instellingen belaste personen,

voor de uitoefening van hun toezichthoudende taak, en zij vormen evenmin een belemmering voor de verstrekking van de informatie die nodig is voor de vervulling van hun taak aan de instanties die belast zijn met gedwongen liquidaties of het beheer van een garantiefonds. De door deze autoriteiten, instanties en personen ontvangen gegevens vallen onder het in lid 1 bedoelde beroepsgeheim.

6. De lidstaten kunnen, niettegenstaande de leden 1 tot en met 4, de uitwisseling van gegevens toestaan tussen de bevoegde autoriteiten en:

— de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de instanties die betrokken zijn bij de liquidatie en het faillissement van verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en andere soortgelijke procedures, of

— de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de met de wettelijke controle van de jaarrekening van verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en andere financiële instellingen belaste personen, of

— onafhankelijke actuarissen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die wettelijke controle op deze ondernemingen uitoefenen en de instanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op deze actuarissen.

Lidstaten die gebruikmaken van de in de eerste alinea genoemde optie schrijven voor dat tenminste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

— deze gegevens zijn bedoeld voor de uitoefening van de in de eerste alinea bedoelde toezichthoudende taken of controlefuncties,

— de in dit verband ontvangen gegevens zijn onderworpen aan de bij lid 1 vastgestelde voorwaarden op het gebied van het beroepsgeheim,

— gegevens die afkomstig zijn van een andere lidstaat, mogen alleen worden bekendgemaakt met de uitdrukkelijke instemming van de bevoegde autoriteiten die de gegevens hebben verstrekt en, in voorkomend geval, uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarmee deze autoriteiten hebben ingestemd.

De lidstaten delen de Commissie en de overige lidstaten de namen mee van de autoriteiten, personen en instanties die overeenkomstig dit lid gegevens mogen ontvangen.”.

b) lid 8 wordt vervangen door:

„8. De leden 1 tot en met 7 beletten de bevoegde autoriteiten niet om:

— centrale banken en andere instanties met een soortgelijke taak in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit,

— in voorkomend geval, andere overheidsinstanties die belast zijn met het toezicht op betalingsystemen,

informatie over te brengen met het oog op de uitvoering van hun taak, noch belet het dergelijke autoriteiten of instanties de bevoegde autoriteiten de informatie mee te delen die zij voor de doeleinden van lid 4 nodig zou kunnen hebben. De in dit verband ontvangen informatie valt onder de in dit artikel vervatte voorwaarden inzake het beroepsgeheim.”.

6) In artikel 20 wordt lid 4 vervangen door:

„4. De lidstaten mogen, met het oog op de vorming van technische voorzieningen, geen systeem met brutovoorzieningen handhaven of invoeren waarbij activa als zekerheden moeten worden verstrekt ter dekking van de voorzieningen voor niet-verdiende premies en van de voorzieningen voor te betalen schaden indien de herverzekeraar een herverzekeringsonderneming is waaraan overeenkomstig Richtlijn 2005/68/EG vergunning is verleend of een verzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig Richtlijn 73/239/EEG of de onderhavige richtlijn vergunning is verleend.

Indien de lidstaat van herkomst toestaat dat technische voorzieningen worden gedekt door vorderingen op een herverzekeraar die geen herverzekeringsonderneming is waaraan overeenkomstig Richtlijn 2005/68/EG vergunning is verleend noch een verzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig Richtlijn 73/239/EEG of overeenkomstig onderhavige richtlijn een vergunning is verleend, stelt hij de voorwaarden voor het aanvaarden van dergelijke vorderingen vast.”.

7) Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1, punt B, letter f), wordt vervangen door:

„f) vorderingen op herverzekeraars, met inbegrip van het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen, en verhaalbare bedragen op de in artikel 46 van Richtlijn 2005/68/EG genoemde special purpose vehicles;”

b) lid 3, eerste alinea, wordt vervangen door:

„3. 8) Aan artikel 27, lid 2, worden de volgende alinea's toegevoegd:

„De beschikbare solvabiliteitsmarge wordt ook verminderd met:

a) deelnemingen van de verzekeringsonderneming in:

— verzekeringsondernemingen in de zin van artikel 4 van deze richtlijn, artikel 6 van Richtlijn 73/239/EEG, of artikel 1, onder b), van Richtlijn 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep (*12),

— herverzekeringsondernemingen in de zin van artikel 3 van Richtlijn 2005/68/EG of herverzekeringsondernemingen van derde landen in de zin van artikel 1, onder l), van Richtlijn 98/78/EG,

— verzekeringsholdings in de zin van artikel 1, onder i), van Richtlijn 98/78/EG,

— kredietinstellingen en financiële instellingen in de zin van artikel 1, punten 1 en 5 van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (*13),

— beleggingsondernemingen en financiële instellingen in de zin van artikel 1, punt 2, van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (*14) en van artikel 2, leden 4 en 7, van Richtlijn 93/6/EEG van de Raad van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (*15);

b) elk van de volgende bestanddelen die de verzekeringsonderneming houdt met betrekking tot de onder a) omschreven entiteiten waarin zij een deelneming heeft:

— de in lid 3 bedoelde instrumenten,

— de in artikel 16, lid 3, van Richtlijn 73/239/EEG bedoelde instrumenten,

— achtergestelde schuldvorderingen en instrumenten zoals bedoeld in artikel 35 en artikel 36, lid 3, van Richtlijn 2000/12/EG.

Indien aandelen in een andere kredietinstelling, beleggingsonderneming, financiële instelling, verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding tijdelijk worden gehouden met het oog op een financiële bijstandsoperatie, bedoeld om die entiteit te saneren en te redden, kan de bevoegde autoriteit ontheffing verlenen van de bepalingen inzake aftrek zoals bedoeld in de derde alinea, onder a) en b).

Als alternatief voor de aftrek van de in de derde alinea, onder a) en b), bedoelde bestanddelen die de verzekeringsonderneming in kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en financiële instellingen houdt, mogen de lidstaten hun verzekeringsondernemingen toestaan mutatis mutandis de methoden 1, 2, of 3 van bijlage I bij Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat (*16) toe te passen. Methode 1 („consolidatie van jaarrekeningen”) wordt alleen toegepast indien de bevoegde autoriteit overtuigd is van het niveau van geïntegreerd beheer en interne controle van de entiteiten die onder de consolidatie zouden vallen. De gekozen methode wordt in de loop van de tijd consequent toegepast.

Voor de berekening van de solvabiliteitsmarge als voorgeschreven bij deze richtlijn, kunnen de lidstaten bepalen dat verzekeringsondernemingen die onderworpen zijn aan het aanvullende toezicht overeenkomstig Richtlijn 98/78/EG dan wel aan het aanvullende toezicht overeenkomstig Richtlijn 2002/87/EG, de in de derde alinea, onder a) en b), bedoelde bestanddelen die worden gehouden in kredietinstellingen, financiële instellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen of verzekeringsholdings die onder het aanvullende toezicht vallen, niet hoeven af te trekken.

Voor de aftrek van deelnemingen zoals bedoeld in dit lid wordt onder deelneming verstaan een deelneming in de zin van artikel 1, onder f), van Richtlijn 98/78/EG.”

(*12) PB L 330 van 5.12.1998, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG (PB L 79 van 24.3.2005, blz. 9)."

(*13) PB L 126 van 26.5.2000, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG."

(*14) PB L 141 van 11.6.1993, blz. 27. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/87/EG (PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1)."

(*15) PB L 141 van 11.6.1993, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG."

(*16) PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG."

9) Artikel 28, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:

a) letter a) wordt vervangen door:

„a) Eerste berekening:

een component van 4 % van de wiskundige voorzieningen met betrekking tot het directe verzekeringsbedrijf en tot de geaccepteerde herverzekeringen zonder aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering wordt vermenigvuldigd met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen de wiskundige voorzieningen onder aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het brutobedrag van de wiskundige voorzieningen; dit verhoudingsgetal mag in geen geval lager zijn dan 85 %. Na een met bewijs gestaafde aanvraag van de verzekeringsonderneming bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong en na goedkeuring door deze autoriteit, kunnen bedragen die van een special purpose vehicle kunnen worden verhaald, zoals bedoeld in artikel 46 van Richtlijn 2005/68/EG worden beschouwd als aftrekbare bedragen uit hoofde van herverzekering.”;

b) letter b), eerste alinea, wordt vervangen door:

„b) Tweede berekening:

voor overeenkomsten waarbij het risicokapitaal niet negatief is, wordt een component van 0,3 % van dit kapitaal dat ten laste komt van de verzekeringsonderneming, vermenigvuldigd met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen het risicokapitaal dat ten laste van de onderneming blijft, na overdracht en retrocessie uit hoofde van herverzekering, en het risicokapitaal zonder aftrek van de herverzekering; dit verhoudingsgetal mag in geen geval lager zijn dan 50 %. Na een met bewijs gestaafde aanvraag van de verzekeringsonderneming bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong en na goedkeuring door deze autoriteit, kunnen bedragen die van een special purpose vehicle kunnen worden verhaald, zoals bedoeld in artikel 46 van Richtlijn 2005/68/EG worden beschouwd als aftrekbare bedragen uit hoofde van herverzekering.”.

10) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 28 bis

Solvabiliteitsmarge voor verzekeringsondernemingen die herverzekeringsactiviteiten uitoefenen

1. Elke lidstaat past op verzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor op zijn grondgebied is gevestigd de bepalingen van de artikelen 35 tot en met 39 van Richtlijn 2005/68/EG toe ten aanzien van hun werkzaamheden op het gebied van geaccepteerde herverzekeringen, wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies is hoger dan 10 % van het totale premiebedrag;

b) het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies is hoger dan 50 000 000 EUR;

c) de technische voorzieningen als gevolg van geaccepteerde herverzekering zijn hoger dan 10 % van de totale technische voorzieningen.

2. Elke lidstaat kan besluiten op de in het eerste lid bedoelde verzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor op zijn grondgebied is gevestigd de bepalingen van artikel 34 van Richtlijn 2005/68/EG ten aanzien van hun werkzaamheden op het gebied van geaccepteerde herverzekeringen toe te passen, wanneer aan een van de in lid 1, genoemde voorwaarden is voldaan.

In dit geval eist de lidstaat in kwestie dat alle activa die door de verzekeringsonderneming ter dekking van de technische voorzieningen, die overeenkomen met haar geaccepteerde herverzekeringen, worden aangewend, van de rechtstreekse verzekeringsactiviteiten van de verzekeringsonderneming gescheiden beheerd, georganiseerd en omsloten worden, zonder dat een overdracht mogelijk is. In dit geval en alleen wat hun geaccepteerde herverzekeringen betreft, vallen verzekeringsondernemingen niet onder de bepalingen van de artikelen 22 tot en met 26.

De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde autoriteiten de in de tweede alinea genoemde scheiding controleren.”.

11) Artikel 37, lid 4, wordt vervangen door:

„4. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten de op herverzekering gebaseerde reductie van de solvabiliteitsmarge, als vastgesteld in overeenstemming met artikel 28, kunnen verlagen, wanneer:

a) de aard of de kwaliteit van de herverzekeringsovereenkomsten in aanzienlijke mate is veranderd sinds het laatste boekjaar;

b) er sprake is van geen, of een beperkte risico-overdracht krachtens de herverzekeringsovereenkomsten.”.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen