Art. 59 Richtlijn 2005/68/EG, Wijzigingen in Richtlijn 98/78/EG

Richtlijn 2005/68/EG

Richtlijn 98/78/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) De titel wordt vervangen door:

„Richtlijn 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen in een verzekerings- of herverzekeringsgroep”.

2) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a) de punten c), i), j) en k) worden vervangen door:

„c) „herverzekeringsonderneming”: een onderneming waaraan overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2005 betreffende herverzekering (*5) vergunning is verleend;

(*5) PB L 323 van 9.12.2005, blz. 1.” "

„i) „verzekeringsholding”: een moederonderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het verkrijgen en houden van deelnemingen in dochterondernemingen die uitsluitend of hoofdzakelijk verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen dan wel verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen van derde landen zijn, en waarvan ten minste één dochteronderneming een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming is en die geen gemengde financiële holding is in de zin van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat (*6);

j) „gemengde verzekeringsholding”: een moederonderneming die geen verzekeringsonderneming, verzekeringsonderneming van een derde land, herverzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming van een derde land, verzekeringsholding of gemengde financiële holding is in de zin van Richtlijn 2002/87/EG, en waarvan ten minste één dochteronderneming een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming is;

k) „bevoegde autoriteiten”: de nationale autoriteiten die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen toezicht uitoefenen op verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen;

(*6) PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG (PB L 79 van 24.3.2005, blz. 9).” "

b) het volgende punt l) wordt toegevoegd:

„l) „herverzekeringsonderneming van een derde land”: een onderneming die overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2005/68/EG over een vergunning zou moeten beschikken indien zij haar hoofdkantoor in de Gemeenschap had.”.

3) De artikelen 2, 3 en 4 worden vervangen door:

„Artikel 2

Toepassing van aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen

1. In aanvulling op het bepaalde in Richtlijn 73/239/EEG, Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (*7) en Richtlijn 2005/68/EG, waarin het toezicht op verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen wordt geregeld, stellen de lidstaten een aanvullend toezicht in op iedere verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming die een deelnemende onderneming is in ten minste één verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming, verzekeringsonderneming van een derde land of herverzekeringsonderneming van een derde land, op de in de artikelen 5, 6, 8 en 9 voorgeschreven wijze.

2. Iedere verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding, een verzekeringsonderneming van een derde land of een herverzekeringsonderneming van een derde land is, wordt aan aanvullend toezicht onderworpen op de in artikel 5, lid 2, en de artikelen 6, 8 en 10 voorgeschreven wijze.

3. Iedere verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming waarvan de moederonderneming een gemengde verzekeringsholding is wordt aan aanvullend toezicht onderworpen op de in artikel 5, lid 2, en de artikelen 6 en 8 beschreven wijze.

Artikel 3

Bereik van het aanvullende toezicht

1. Het uitoefenen van het aanvullende toezicht overeenkomstig artikel 2 betekent geenszins dat de bevoegde autoriteiten een toezichtfunctie moeten uitoefenen ten aanzien van de verzekeringsonderneming van een derde land, de herverzekeringsonderneming van een derde land, de verzekeringsholding of de gemengde verzekeringsholding als zodanig.

2. Bij het aanvullende toezicht wordt rekening gehouden met de volgende in de artikelen 5, 6, 8, 9 en 10 vermelde ondernemingen:

— verbonden ondernemingen van de verzekeringsonderneming of van de herverzekeringsonderneming;

— deelnemende ondernemingen in de verzekeringsonderneming of in de herverzekeringsonderneming;

— verbonden ondernemingen van een deelnemende onderneming in de verzekeringsonderneming of in de herverzekeringsonderneming.

3. Onverminderd het bepaalde in bijlage I, punt 2.5, en bijlage II, punt 4, kunnen de lidstaten besluiten om bij het in artikel 2 bedoelde aanvullende toezicht geen rekening te houden met ondernemingen met hun hoofdkantoor in een derde land waar juridische belemmeringen bestaan voor de overdracht van de nodige informatie.

Bovendien kunnen de voor de uitoefening van het aanvullende toezicht verantwoordelijke bevoegde autoriteiten per geval besluiten hoe in de volgende gevallen een onderneming buiten het in artikel 2 bedoelde aanvullende toezicht te houden:

— wanneer de bij het toezicht te betrekken onderneming in het licht van de doelstellingen van het aanvullende toezicht op verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen slechts van te verwaarlozen betekenis is;

— wanneer het in aanmerking nemen van de financiële positie van de onderneming in het licht van de doelstelling van het aanvullende toezicht op verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen misplaatst of misleidend zou zijn.

Artikel 4

Tot uitoefening van het aanvullende toezicht bevoegde autoriteiten

1. Het aanvullende toezicht wordt uitgeoefend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de verzekeringsonderneming of de herverzekeringsonderneming overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 73/239/EEG, artikel 4 van Richtlijn 2002/83/EG of artikel 3 van Richtlijn 2005/68/EG vergunning is verleend.

2. Indien verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen waaraan in twee of meer lidstaten vergunning is verleend, als moederonderneming dezelfde verzekeringsholding, verzekeringsonderneming van een derde land, herverzekeringsonderneming van een derde land of gemengde verzekeringsholding hebben, kunnen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten trachten overeenstemming te bereiken over de vraag wie verantwoordelijk zal zijn voor het uitoefenen van het aanvullende toezicht.

3. Indien er in een lidstaat meer dan één bevoegde autoriteit is voor het prudentiële toezicht op verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen, neemt die lidstaat de nodige maatregelen om de onderlinge coördinatie tussen die autoriteiten te organiseren.

(*7) PB L 345 van 19.12.2002, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG.” "

4) In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

„1. De lidstaten bepalen dat de bevoegde autoriteiten eisen dat iedere verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming die aan het aanvullende toezicht onderworpen is, over adequate interne controleprocedures beschikt om de gegevens en informatie te kunnen verschaffen die relevant zijn voor de uitoefening van dat aanvullende toezicht.”.

5) De artikelen 6, 7 en 8 worden vervangen door:

„Artikel 6

Toegang tot informatie

1. De lidstaten bepalen dat hun bevoegde autoriteiten die het aanvullende toezicht uitoefenen, toegang hebben tot alle informatie die relevant is voor de uitoefening van het toezicht op een verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming die aan dat aanvullende toezicht onderworpen is. De bevoegde autoriteiten mogen de mededeling van de vereiste informatie alleen rechtstreeks van de in artikel 3, lid 2, bedoelde betrokken ondernemingen verlangen wanneer die informatie wel aan de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming is gevraagd, maar niet is verkregen.

2. De lidstaten bepalen dat hun bevoegde autoriteiten op hun grondgebied de in lid 1 bedoelde informatie zelf, dan wel via personen die zij daartoe aanwijzen, ter plaatse kunnen verifiëren bij:

— de aan het aanvullende toezicht onderworpen verzekeringsonderneming;

— de aan het aanvullende toezicht onderworpen herverzekeringsonderneming;

— de dochterondernemingen van die verzekeringsonderneming;

— de dochterondernemingen van die herverzekeringsonderneming;

— de moederondernemingen van die verzekeringsonderneming;

— de moederondernemingen van die herverzekeringsonderneming;

— de dochterondernemingen van een moederonderneming van die verzekeringsonderneming;

— de dochterondernemingen van een moederonderneming van die herverzekeringsonderneming.

3. Indien de bevoegde autoriteiten van een lidstaat bij de toepassing van dit artikel in bepaalde gevallen belangrijke informatie wensen te verifiëren betreffende een in een andere lidstaat gelegen onderneming die een verbonden verzekeringsonderneming, een verbonden herverzekeringsonderneming, een dochteronderneming, een moederonderneming of een dochteronderneming van een moederonderneming van de aan het aanvullende toezicht onderworpen verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming is, verzoeken zij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat om deze verificatie uit te voeren. De autoriteiten die een dergelijk verzoek ontvangen, moeten hieraan binnen het kader van hun bevoegdheden gevolg geven door de verificatie zelf te verrichten, door de verzoekende autoriteiten toestemming te verlenen om de verificatie te verrichten, dan wel door toe te staan dat de verificatie door een accountant of een deskundige wordt verricht.

De bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ingediend kan, indien zij dit wenst, deelnemen aan de verificatie wanneer zij deze niet zelf verricht.

Artikel 7

Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten

1. Indien verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen die in verschillende lidstaten zijn gevestigd, rechtstreeks of middellijk verbonden zijn of een gemeenschappelijke deelnemende onderneming hebben, verstrekken de bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat elkaar op verzoek alle dienstige informatie die uitoefening van het toezicht in het kader van deze richtlijn mogelijk maakt of kan vergemakkelijken en doen zij eigener beweging mededeling van alle informatie die hun essentieel lijkt voor de andere bevoegde autoriteiten.

2. Indien een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming en hetzij een kredietinstelling in de zin van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (*8), hetzij een beleggingsonderneming in de zin van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (*9), hetzij beide, rechtstreeks of middellijk verbonden zijn dan wel een gemeenschappelijke deelnemende onderneming hebben, werken de bevoegde autoriteiten nauw samen met de autoriteiten die van overheidswege belast zijn met het toezicht op die andere ondernemingen. Onverminderd hun respectievelijke bevoegdheden verstrekken deze autoriteiten elkaar alle informatie die de vervulling van hun taak kan vergemakkelijken, in het bijzonder in het kader van deze richtlijn.

3. De op grond van deze richtlijn ontvangen informatie, en met name de in deze richtlijn bedoelde uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten, valt onder het beroepsgeheim als omschreven in artikel 16 van Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche (derde richtlijn schadeverzekering) (*10) en artikel 16 van Richtlijn 2002/83/EG en de artikelen 24 tot en met 30 van Richtlijn 2005/68/EG.

Artikel 8

Transacties binnen een groep

1. De lidstaten bepalen dat de bevoegde autoriteiten algemeen toezicht uitoefenen op transacties tussen:

a) een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming en:

i) een met de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming verbonden onderneming,

ii) een in de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming deelnemende onderneming,

iii) een met een in de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming deelnemende onderneming verbonden onderneming;

b) een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming en een natuurlijke persoon die een deelneming bezit in:

i) de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming, of een met de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming verbonden onderneming,

ii) een in de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming deelnemende onderneming,

iii) een met een in de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming deelnemende onderneming verbonden onderneming.

Deze transacties hebben met name betrekking op:

— leningen;

— garanties en posten buiten de balans;

— vermogensbestanddelen die in aanmerking mogen worden genomen voor de solvabiliteitsmarge;

— beleggingen;

— herverzekeringstransacties en retrocessie;

— overeenkomsten met betrekking tot kostentoedeling.

2. De lidstaten bepalen dat de verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen passende risicobeheermethoden en interne controlemechanismen, met inbegrip van deugdelijke verslagleggings- en boekhoudprocedures, moeten instellen met het oog op de identificaties, de meting, de bewaking en de controle van de in lid 1 genoemde transacties. De lidstaten bepalen tevens dat de verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen ten minste éénmaal per jaar bij de bevoegde autoriteiten verslag moeten uitbrengen van belangrijke transacties. Deze procedures en mechanismen worden door de bevoegde autoriteiten onderzocht.

Blijkt uit deze informatie dat de solvabiliteit van de verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming wordt of dreigt te worden ondermijnd, dan neemt de bevoegde autoriteit passende maatregelen op het niveau van de verzekeringsonderneming of de herverzekeringsonderneming.

(*8) PB L 126 van 26.5.2000, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG."

(*9) PB L 141 van 11.6.1993, blz. 27. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/87/EG."

(*10) PB L 228 van 11.8.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG.” "

6) Artikel 9, lid 3, wordt vervangen door:

„3. Indien uit de in lid 1 bedoelde berekening blijkt dat de aangepaste solvabiliteit negatief is, dan nemen de bevoegde autoriteiten passende maatregelen op het niveau van de betrokken verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming.”.

7) Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door:

„Verzekeringsholdings, verzekeringsondernemingen van een derde land en herverzekeringsondernemingen van een derde land”;

b) de leden 2 en 3 worden vervangen door:

„2. In het in artikel 2, lid 2, bedoelde geval worden alle met de verzekeringsholding, de verzekeringsonderneming van een derde land of de herverzekeringsonderneming van een derde land verbonden ondernemingen bij de berekening betrokken op de wijze zoals bedoeld in bijlage II.

3. Indien de bevoegde autoriteiten op grond van die berekening van mening zijn dat de solvabiliteit van een verzekerings- of herverzekeringsdochter van de verzekeringsholding, de verzekeringsonderneming van een derde land of de herverzekeringsonderneming van een derde land wordt, of dreigt te worden ondermijnd, nemen de bevoegde autoriteiten passende maatregelen op het niveau van die verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming.”.

8) Artikel 10 bis wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1, onder b), wordt vervangen door:

„b) herverzekeringsondernemingen die als deelnemende ondernemingen ondernemingen in de zin van artikel 2 hebben met hoofdkantoor in een derde land;

c) verzekeringsondernemingen van een derde land of herverzekeringsondernemingen van een derde land die als deelnemende ondernemingen ondernemingen in de zin van artikel 2 hebben met hoofdkantoor in de Gemeenschap.”;

b) lid 2 wordt vervangen door:

„2. De in lid 1 bedoelde overeenkomsten hebben in het bijzonder ten doel te waarborgen dat:

a) de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de informatie verkrijgen die nodig is voor het aanvullende toezicht op verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in de Gemeenschap, die dochterondernemingen of deelnemingen in ondernemingen buiten de Gemeenschap hebben, en

b) de bevoegde autoriteiten van derde landen de informatie verkrijgen die nodig is voor het aanvullende toezicht op verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor op hun grondgebied, die dochterondernemingen of deelnemingen in ondernemingen in één of meer lidstaten hebben.”.

9) De bijlagen I en II bij Richtlijn 98/78/EG worden vervangen door de tekst van bijlage II bij deze richtlijn.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen