Art. 57 Richtlijn 2005/68/EG, Wijzigingen van Richtlijn 73/239/EEG
Richtlijn 73/239/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1) In artikel 12 bis, worden de leden 1 en 2 vervangen door:
„1. De bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaat worden vooraf geraadpleegd alvorens een vergunning wordt verleend aan een schadeverzekeringsonderneming die
a) ofwel een dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend;
b) ofwel een dochteronderneming is van de moederonderneming van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend;
c) ofwel onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend.
2. De bevoegde autoriteit van een betrokken lidstaat die verantwoordelijk is voor de uitoefening van het toezicht op kredietinstellingen of beleggingsondernemingen, moet vooraf worden geraadpleegd bij het verlenen van een vergunning aan een schadeverzekeringsonderneming die
a) ofwel een dochteronderneming is van een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend,
b) ofwel een dochteronderneming is van de moederonderneming van een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend,
c) ofwel onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend.”.
2) In artikel 13, lid 2, wordt de volgende, alinea toegevoegd:
„De lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming onthoudt zijn toestemming niet aan een herverzekeringsovereenkomst die door de verzekeringsonderneming is gesloten met een herverzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig Richtlijn 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2005 betreffende herverzekering (*1) vergunning is verleend of met een verzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig deze richtlijn of Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (*2) vergunning is verleend om redenen die rechtstreeks verband houden met de financiële soliditeit van die herverzekeringsonderneming of die verzekeringsonderneming.
(*1) PB L 323 van 9.12.2005, blz. 1."
(*2) PB L 345 van 19.12.2002, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG (PB L 79 van 24.3.2005, blz. 9).” "
3) In artikel 15, worden de leden 2 en 3 vervangen door:
„2. De lidstaat van oorsprong eist van elke verzekeringsonderneming een voldoende dekking voor de technische voorzieningen en de egalisatievoorziening, zoals bedoeld in artikel 15 bis door congruente activa overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 88/357/EEG. Met betrekking tot risico's gelegen in de Gemeenschap, moeten deze activa in de Gemeenschap worden gelokaliseerd. Lidstaten mogen niet van verzekeringsondernemingen vereisen hun activa in een bepaalde lidstaat te lokaliseren. De lidstaat van oorsprong mag echter toestaan dat de voorschriften betreffende de lokalisatie van activa worden versoepeld.
3. De lidstaten mogen, met het oog op de vorming van technische voorzieningen, geen systeem met brutovoorzieningen handhaven of invoeren waarbij door de herverzekeraar activa als zekerheden moeten worden verstrekt ter dekking van de voorzieningen voor niet-verdiende premies en van de voorzieningen voor te betalen schaden, indien de herverzekeraar een herverzekeringsonderneming is waaraan overeenkomstig Richtlijn 2005/68/EG betreffende herverzekering vergunning is verleend, of een verzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig deze richtlijn of Richtlijn 2002/83/EG vergunning is verleend.
Indien de lidstaat van herkomst toestaat dat technische voorzieningen worden gedekt door vorderingen op een herverzekeraar die geen herverzekeringsonderneming is waaraan overeenkomstig Richtlijn 2005/68/EG betreffende herverzekering vergunning is verleend noch een verzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig deze richtlijn of Richtlijn 2002/83/EG een vergunning is verleend, stelt hij de voorwaarden voor het aanvaarden van dergelijke vorderingen vast.”.
4) Artikel 16, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:
a) letter b) wordt vervangen door:
„b) reserves (wettelijke en vrije reserves) die niet tegenover verplichtingen staan of geklasseerd zijn als egalisatievoorzieningen;”;
b) de inleidende formule en letter a) van de vierde alinea wordt vervangen door:
„De beschikbare solvabiliteitsmarge wordt ook verminderd met:
a) deelnemingen van de verzekeringsonderneming in:
— verzekeringsondernemingen in de zin van artikel 6 van deze richtlijn, artikel 4 van Richtlijn 2002/83/EG, of artikel 1, onder b), van Richtlijn 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad,
— herverzekeringsondernemingen in de zin van artikel 3 van Richtlijn 2005/68/EG betreffende herverzekeringsondernemingen van derde landen in de zin van artikel 1, onder l), van Richtlijn 98/78/EG,
— verzekeringsholdings in de zin van artikel 1, onder i), van Richtlijn 98/78/EG,
— kredietinstellingen en financiële instellingen in de zin van artikel 1, de punten 1 en 5, van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad,
— beleggingsondernemingen en financiële instellingen in de zin van artikel 1, punt 2, van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad en artikel 2, punten 4 en 7, van Richtlijn 93/6/EEG van de Raad.”.
5) Artikel 16 bis wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 3, zevende alinea, wordt vervangen door:
„De aldus verkregen uitkomst wordt vermenigvuldigd met het getal dat de voor de som van de laatste drie boekjaren bestaande verhouding aangeeft tussen het bedrag van de schaden die na aftrek van de uit hoofde van herverzekering invorderbare bedragen ten laste van de onderneming blijven, en het bedrag van de brutoschaden; dit verhoudingsgetal mag in geen geval lager zijn dan 50 %. Na een met bewijs gestaafde aanvraag van de verzekeringsonderneming bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong en na goedkeuring door deze autoriteit, kunnen bedragen die van een special purpose vehicle kunnen worden verhaald, zoals bedoeld in artikel 46 van Richtlijn 2005/68/EG worden beschouwd als aftrekbare bedragen uit hoofde van herverzekering.”;
b) lid 4, zevende alinea, wordt vervangen door:
„De aldus verkregen uitkomst wordt vermenigvuldigd met het getal dat de voor de som van de laatste drie boekjaren bestaande verhouding aangeeft tussen het bedrag van de schaden die na aftrek van de uit hoofde van herverzekering invorderbare bedragen ten laste van de onderneming blijven, en het bedrag van de brutoschaden; dit verhoudingsgetal mag in geen geval lager zijn dan 50 %. Na een met bewijs gestaafde aanvraag van de verzekeringsonderneming bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong en na goedkeuring door deze autoriteit, kunnen bedragen die van een special purpose vehicle kunnen worden verhaald, zoals bedoeld in artikel 46 van Richtlijn 2005/68/EG worden beschouwd als aftrekbare bedragen uit hoofde van herverzekering.”.
6) Het volgende artikel wordt ingevoegd:
„Artikel 17 ter
1. Iedere lidstaat eist dat een verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor op zijn grondgebied is gevestigd en die herverzekeringsactiviteiten ontplooit, met betrekking tot het geheel van haar werkzaamheden, een minimumgarantiefonds overeenkomstig artikel 40 van Richtlijn 2005/68/EG vormt, wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
a) het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies is hoger dan 10 % van het totale premiebedrag;
b) het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies is hoger dan 50 000 000 EUR;
c) de technische voorzieningen als gevolg van geaccepteerde herverzekering zijn hoger dan 10 % van de totale technische voorzieningen.
2. Elke lidstaat kan besluiten op de in lid 1 bedoelde verzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor op zijn grondgebied is gevestigd de bepalingen van artikel 34 van Richtlijn 2005/68/EG ten aanzien van hun werkzaamheden op het gebied van geaccepteerde herverzekeringen toe te passen, wanneer aan een van de in lid 1 genoemde voorwaarden is voldaan.
In dit geval eist de lidstaat in kwestie dat alle activa die door de verzekeringsonderneming ter dekking van de technische voorzieningen, die overeenkomen met haar geaccepteerde herverzekeringen, worden aangewend, van de rechtstreekse verzekeringsactiviteiten van de verzekeringsonderneming gescheiden beheerd, georganiseerd en omsloten worden, zonder dat een overdracht mogelijk is. In dit geval en alleen wat hun geaccepteerde herverzekeringen betreft, vallen verzekeringsondernemingen niet onder de bepalingen van de artikelen 20, 21 en 22 van Richtlijn 92/49/EEG (*3) en bijlage I bij Richtlijn 88/357/EEG.
De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde autoriteiten de in de tweede alinea genoemde scheiding controleren.
3. Als de Commissie overeenkomstig artikel 56, onder c), van Richtlijn 2005/68/EG besluit de voor de berekening van de vereiste solvabiliteitsmarge zoals bedoeld in artikel 37, leden 3 en 4, van die richtlijn te verhogen, past iedere lidstaat op deze verzekeringsondernemingen, zoals bedoeld in lid 1, de voorschriften van de artikelen 35 tot en met 39 van die richtlijn met betrekking tot hun geaccepteerde herverzekeringen toe.
(*3) Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche (PB L 228 van 11.8.1992, blz. 1). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/1/EG.” "
7) Artikel 20 bis, lid 4, wordt vervangen door:
„4. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten de op herverzekering gebaseerde reductie van de solvabiliteitsmarge als vastgesteld in overeenstemming met artikel 16 bis, kunnen verlagen, wanneer:
a) de aard of de kwaliteit van de herverzekeringsovereenkomsten in aanzienlijke mate is veranderd sinds het laatste boekjaar;
b) er sprake is van geen, of een beperkte risico-overdracht krachtens de herverzekeringsovereenkomsten.”.