Art. 36 Richtlijn 2005/68/EG, In aanmerking komende bestanddelen
1. De beschikbare solvabiliteitsmarge bestaat uit het vermogen van de herverzekeringsonderneming dat niet dient ter dekking van enige voorzienbare verplichting, na aftrek van de onlichamelijke bestanddelen, met inbegrip van:
a) het gestorte maatschappelijk kapitaal of, wat onderlinge herverzekeringsondernemingen betreft, het gestorte gedeelte van het waarborgkapitaal plus de ledenrekeningen die aan de volgende criteria voldoen:
i) de statuten bepalen dat er langs deze rekeningen alleen betalingen aan leden mogen worden verricht indien zulks geen daling van de beschikbare solvabiliteitsmarge tot onder het vereiste niveau veroorzaakt of, na ontbinding van de onderneming, indien alle andere schulden zijn voldaan;
ii) de statuten bepalen dat de bevoegde autoriteiten ten minste een maand van tevoren in kennis moeten worden gesteld van in punt i) bedoelde betalingen voor andere doeleinden dan de individuele opzegging van het lidmaatschap en dat zij gedurende deze termijn de voorgenomen betaling kunnen verbieden;
iii) de relevante bepalingen in de statuten kunnen pas worden gewijzigd wanneer de bevoegde autoriteiten, onverminderd de onder i) en ii) genoemde criteria, hebben verklaard geen bezwaar tegen deze wijziging te hebben;
b) de (wettelijke of vrije) reserves die niet tegenover verplichtingen staan of geklasseerd zijn als egalisatievoorzieningen;
c) de overgebrachte winst of het overgebrachte verlies, na aftrek van de uit te keren dividenden.
2. De beschikbare solvabiliteitsmarge wordt verminderd met het bedrag van de eigen aandelen die rechtstreeks door de herverzekeringsonderneming worden gehouden.
Voor de herverzekeringsondernemingen die overeenkomstig artikel 60, lid 1, onder g), van Richtlijn 91/674/EEG tot discontering of vermindering van hun technische voorzieningen voor te betalen schaden uit de schadeherverzekeringsbranche overgaan, wordt de beschikbare solvabiliteitsmarge verminderd met het verschil tussen de niet-gedisconteerde technische voorzieningen of de technische voorzieningen vóór vermindering zoals deze in de toelichting zijn vermeld, en de gedisconteerde of verminderde technische voorzieningen. Deze correctie wordt toegepast op alle onder A van de bijlage bij Richtlijn 73/239/EEG vermelde risico's, met uitzondering van de onder A, punten 1 en 2, van die bijlage bedoelde risico's. Voor andere risico's dan de onder A, punten 1 en 2, van die bijlage vermelde hoeft geen correctie te worden toegepast met betrekking tot de discontering van de in de technische voorzieningen opgenomen renten.
Naast de in de eerste en twee alinea bedoelde verminderingen wordt de beschikbare solvabiliteitsmarge verminderd met:
a) deelnemingen van de herverzekeringsonderneming in de volgende entiteiten:
i) verzekeringsondernemingen in de zin van artikel 6 van Richtlijn 73/239/EEG, artikel 4 van Richtlijn 2002/83/EG, of artikel 1, onder b), van Richtlijn 98/78/EG,
ii) herverzekeringsondernemingen in de zin van artikel 3, van deze richtlijn of herverzekeringsondernemingen van derde landen in de zin van artikel 1, onder l), van Richtlijn 98/78/EG,
iii) verzekeringsholdings in de zin van artikel 1, onder i), van Richtlijn 98/78/EG,
iv) kredietinstellingen en financiële instellingen in de zin van artikel 1, punten 1 en 5, van Richtlijn 2000/12/EG,
v) beleggingsondernemingen en financiële instellingen in de zin van artikel 1, punt 2, van Richtlijn 93/22/EEG (22) en van artikel 2, punten 4 en 7, van Richtlijn 93/6/EEG (23);
b) elk van de volgende bestanddelen die de herverzekeringsonderneming houdt met betrekking tot de onder a) omschreven entiteiten waarin zij een deelneming heeft:
i) de in lid 4 bedoelde instrumenten,
ii) de in artikel 27, lid 3, van Richtlijn 2002/83/EG bedoelde instrumenten,
iii) achtergestelde schuldvorderingen en instrumenten zoals bedoeld in artikel 35 en artikel 36, lid 3, van Richtlijn 2000/12/EG.
Indien aandelen in een andere kredietinstelling, beleggingsonderneming, financiële instelling, verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding tijdelijk worden gehouden met het oog op een financiële bijstandsoperatie, bedoeld om die entiteit te saneren en te redden, kan de bevoegde autoriteit ontheffing verlenen van de bepalingen inzake aftrek zoals bedoeld in de derde alinea, onder a) en b).
Als alternatief voor de aftrek van de in de derde alinea, onder a) en b), bedoelde bestanddelen die de herverzekeringsonderneming in kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en financiële instellingen houdt, mogen de lidstaten hun herverzekeringsondernemingen toestaan mutatis mutandis de methoden 1, 2 of 3 van bijlage I bij Richtlijn 2002/87/EG toe te passen. Methode 1 („consolidatie van jaarrekeningen”) wordt alleen toegepast indien de bevoegde autoriteit overtuigd is van het niveau van geïntegreerd beheer en interne controle van de entiteiten die onder de consolidatie zouden vallen. De gekozen methode wordt in de loop van de tijd consequent toegepast.
Voor de berekening van de solvabiliteitsmarge als voorgeschreven bij deze richtlijn, kunnen de lidstaten bepalen dat herverzekeringsondernemingen die onderworpen zijn aan het aanvullende toezicht overeenkomstig Richtlijn 98/78/EG dan wel aan het aanvullende toezicht overeenkomstig Richtlijn 2002/87/EG, de in de derde alinea onder a) en b), bedoelde bestanddelen die worden gehouden in kredietinstellingen, financiële instellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen of verzekeringsholdings die onder het aanvullende toezicht vallen, niet hoeven af te trekken.
Voor de aftrek van deelnemingen zoals bedoeld in dit lid wordt onder deelneming verstaan een deelneming in de zin van artikel 1, onder f), van Richtlijn 98/78/EG.
3. De beschikbare solvabiliteitsmarge kan ook bestaan uit:
a) het gecumuleerd preferent aandelenkapitaal en de achtergestelde leningen tot een maximum van 50 % van de beschikbare of de vereiste solvabiliteitsmarge — naargelang welk bedrag het laagst is —, waarvan niet meer dan 25 % in de vorm van achtergestelde leningen met vaste looptijd, of het gecumuleerd preferent aandelenkapitaal met vaste termijn, mits bindende overeenkomsten gelden op grond waarvan, in geval van faillissement of liquidatie van de herverzekeringsonderneming, de achtergestelde leningen of preferente aandelen achtergesteld worden bij de vorderingen van alle andere crediteuren en pas worden terugbetaald nadat alle andere op dat tijdstip uitstaande schulden zijn voldaan.
Achtergestelde leningen voldoen tevens aan de volgende voorwaarden:
i) alleen de daadwerkelijk gestorte bedragen worden in aanmerking genomen;
ii) voor leningen met een vaste looptijd bedraagt de oorspronkelijke looptijd ten minste vijf jaar. Uiterlijk een jaar voor de vervaldag legt de herverzekeringsonderneming de bevoegde autoriteiten een plan ter goedkeuring voor waarin wordt uiteengezet op welke wijze de beschikbare solvabiliteitsmarge zal worden gehandhaafd of op het vereiste niveau gebracht op de vervaldag, tenzij de mate waarin de lening als bestanddeel van de beschikbare solvabiliteitsmarge in aanmerking mag worden genomen, gedurende minimaal de laatste vijf jaren voor de vervaldag geleidelijk wordt verlaagd. De bevoegde autoriteiten kunnen toestemming verlenen voor vervroegde terugbetaling van dergelijke leningen, mits het initiatief hiertoe uitgaat van de emitterende herverzekeringsonderneming en haar beschikbare solvabiliteitsmarge niet onder het vereiste niveau daalt;
iii) leningen waarvan de looptijd niet bepaald is, worden slechts terugbetaald met een opzeggingstermijn van vijf jaar, tenzij de leningen niet langer als bestanddelen van de beschikbare solvabiliteitsmarge worden aangemerkt of uitdrukkelijk de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten vereist is voor vervroegde terugbetaling. In dit laatste geval dient de herverzekeringsonderneming de bevoegde autoriteiten ten minste zes maanden van tevoren in kennis te stellen van de voorgenomen terugbetaling, onder vermelding van de beschikbare en de vereiste solvabiliteitsmarge zowel vóór als na deze terugbetaling. De bevoegde autoriteiten verlenen alleen toestemming voor de terugbetaling indien de beschikbare solvabiliteitsmarge van de herverzekeringsonderneming niet onder het vereiste niveau dreigt te dalen;
iv) de leningsovereenkomst bevat geen bepalingen op grond waarvan de lening in bepaalde omstandigheden, andere dan de liquidatie van de herverzekeringsonderneming, voor de overeengekomen datum moet worden terugbetaald;
v) de leningsovereenkomst kan alleen worden gewijzigd nadat de bevoegde autoriteiten verklaard hebben geen bezwaar te hebben tegen de wijziging;
b) effecten met onbepaalde looptijd en andere instrumenten, met inbegrip van andere gecumuleerde preferente aandelen dan de onder a) bedoelde, ten belope van maximaal 50 % van de beschikbare of de vereiste solvabiliteitsmarge — naargelang welk bedrag het laagst is — voor het totaal van deze effecten en van de onder a) vermelde achtergestelde leningen, mits deze aan de volgende voorwaarden voldoen:
i) zij kunnen niet worden terugbetaald op initiatief van de houder of zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit;
ii) de emissieovereenkomst biedt de herverzekeringsonderneming de mogelijkheid de betaling van de rente over de lening uit te stellen;
iii) de vorderingen van de kredietverlener op de herverzekeringsonderneming moeten volledig worden achtergesteld bij de vorderingen van alle niet-achtergestelde crediteuren;
iv) in de documenten met betrekking tot de effectenemissie wordt bepaald dat de verliezen gecompenseerd kunnen worden door de schuld en de niet-betaalde rente, terwijl de herverzekeringsonderneming haar activiteiten kan voortzetten;
v) alleen de daadwerkelijk gestorte bedragen worden in aanmerking genomen.
4. Op een met bewijzen gestaafd verzoek van de herverzekeringsonderneming aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en met instemming van deze bevoegde autoriteit kan de beschikbare solvabiliteitsmarge ook bestaan uit:
a) de helft van het niet gestorte gedeelte van het maatschappelijk kapitaal of van het waarborgkapitaal, zodra het gestorte gedeelte 25 % van dit kapitaal bedraagt, tot een maximum van 50 % van de beschikbare of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is;
b) de suppletiebijdragen welke in de schadeherverzekeringsbranche werkzame onderlinge waarborgmaatschappijen c.q. onderlinge schadeherverzekeringsmaatschappijen en vennootschappen met een dienovereenkomstige rechtsvorm met variabele premies van hun leden kunnen eisen uit hoofde van het boekjaar, tot een bedrag gelijk aan de helft van het verschil tussen de maximumbijdrage en de werkelijk ingevorderde bijdragen; deze mogelijke suppletiebijdragen mogen evenwel niet meer dan 50 % van de beschikbare of de vereiste solvabiliteitsmarge bedragen, waarbij het laagste bedrag in aanmerking wordt genomen. De bevoegde nationale autoriteiten stellen richtsnoeren vast waarin wordt bepaald onder welke voorwaarden suppletiebijdragen kunnen worden aanvaard;
c) de latente nettomeerwaarden die voortvloeien uit de waardering van de activa, voorzover deze nettoreserves geen uitzonderlijk karakter hebben.
5. Bovendien kan de beschikbare solvabiliteitsmarge voor levensherverzekeringsactiviteiten op een met bewijzen gestaafd verzoek van de herverzekeringsonderneming aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en met de instemming van deze bevoegde autoriteit ook bestaan uit:
a) tot 31 december 2009, een bedrag dat gelijk is aan 50 % van de toekomstige winsten van de onderneming, maar dat niet hoger is dan 25 % van de beschikbare of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is; het bedrag van de toekomstige winsten wordt verkregen door de geschatte jaarwinst te vermenigvuldigen met een factor die de gemiddelde resterende looptijd van de overeenkomsten vertegenwoordigt; deze factor mag ten hoogste zes bedragen; de geschatte jaarwinst mag niet hoger zijn dan het rekenkundig gemiddelde van de winsten die de laatste vijf boekjaren zijn gemaakt op de in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2002/83/EG vermelde werkzaamheden.
De bevoegde autoriteiten mogen alleen toestaan dat dit bedrag in de beschikbare solvabiliteitsmarge wordt meegeteld indien:
i) hun een actuarieel verslag is overgelegd waaruit blijkt dat deze winsten in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid ook daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd, en
ii) niet reeds voor een deel rekening is gehouden met de toekomstige winsten die voortvloeien uit de in lid 4, onder c), bedoelde latente nettomeerwaarden;
b) in geval van niet-zillmeren of in geval van zillmeren waarbij de in de premie begrepen afsluitkosten niet worden bereikt, het verschil tussen de niet-gezillmerde of gedeeltelijk gezillmerde wiskundige voorziening en een gezillmerde wiskundige voorziening waarbij het percentage van het zillmeren gelijk is aan de in de premie begrepen afsluitkosten; dit bedrag mag voor alle overeenkomsten waarbij zillmeren mogelijk is, echter niet groter zijn dan 3,5 % van de som van de verschillen tussen het kapitaal van de branche „levensherverzekering” en de wiskundige voorzieningen; dit verschil wordt eventueel verminderd met het bedrag van de niet afgeschreven afsluitkosten die als een debetpost worden opgenomen.
6. De wijzigingen die in de leden 1 tot en met 5 moeten worden aangebracht om rekening te houden met ontwikkelingen die een technische aanpassing van de voor opneming in de beschikbare solvabiliteitsmarge in aanmerking komende bestanddelen vergen, worden vastgesteld volgens de in artikel 55, lid 2, van de onderhavige richtlijn neergelegde procedure.