Art. 31 Richtlijn 2005/68/EG, Accountantstaken
1. De lidstaten bepalen ten minste dat iedere persoon die is toegelaten overeenkomstig Richtlijn 84/253/EEG (19), en die bij een herverzekeringsonderneming de taken verricht zoals bedoeld in artikel 51 van Richtlijn 78/660/EEG (20), artikel 37 van Richtlijn 83/349/EEG of artikel 31 van Richtlijn 85/611/EEG (21), dan wel een andere wettelijke taak, verplicht is aan de bevoegde autoriteiten snel melding te doen van elk feit of besluit met betrekking tot deze onderneming, waarvan hij bij de uitvoering van die taken kennis heeft gekregen en dat van dien aard is:
a) dat het een inbreuk ten gronde inhoudt op de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen tot vaststelling van de voorwaarden voor vergunning of van specifieke voorschriften betreffende de uitoefening van de werkzaamheden van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, of
b) dat het de bedrijfscontinuïteit van de herverzekeringsonderneming aantast, of
c) dat het leidt tot weigering van de goedkeuring van de jaarrekening of tot het uiten van voorbehouden.
Dezelfde verplichting rust op deze persoon ten aanzien van alle feiten en besluiten waarvan hij/zij kennis zou hebben gekregen bij de uitvoering van taken als beschreven in de eerste alinea, bij een onderneming die uit een zeggenschapsband voortvloeiende nauwe banden heeft met de herverzekeringsonderneming waar deze persoon de bovengenoemde taken uitvoert.
2. Melding van elk in lid 1 bedoeld relevant feit of besluit aan de bevoegde autoriteiten door de personen die overeenkomstig Richtlijn 84/253/EEG zijn toegelaten, vormt geen inbreuk op ongeacht welke op grond van een contract of van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling opgelegde beperking inzake de bekendmaking van informatie, en leidt voor de betrokken personen tot geen enkele vorm van aansprakelijkheid.