Art. 28 Richtlijn 2005/68/EG, Uitwisseling van informatie met andere autoriteiten
1. De artikelen 24 en 27 staan niet in de weg aan de uitwisseling van informatie binnen eenzelfde lidstaat, wanneer er verscheidene bevoegde autoriteiten zijn, of tussen lidstaten onderling, tussen de bevoegde autoriteiten en:
a) autoriteiten aan wie van overheidswege het toezicht op kredietinstellingen en andere financiële instellingen is opgedragen, alsmede autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de financiële markten,
b) instanties die betrokken zijn bij de liquidatie en het faillissement van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en andere soortgelijke procedures, en
c) met de wettelijke controle van de jaarrekening van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en andere financiële instellingen belaste personen,
voor de uitoefening van hun toezichthoudende taak, en zij vormen evenmin een belemmering voor de verstrekking van de informatie die nodig is voor de vervulling van hun taak aan de instanties die belast zijn met gedwongen liquidaties of het beheer van een garantiestelsel. De door deze autoriteiten, instanties en personen ontvangen informatie valt onder de in artikel 24 vastgestelde voorwaarden inzake het beroepsgeheim.
2. Onverminderd de artikelen 24 tot en met 27 kunnen de lidstaten toestaan dat uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen de bevoegde autoriteiten en:
a) de autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de instanties die betrokken zijn bij de liquidatie en het faillissement van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en andere soortgelijke procedures, of
b) de autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de met de wettelijke controle van de jaarrekening van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en andere financiële instellingen belaste personen, of
c) de van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen onafhankelijke actuarissen die wettelijke controle op deze ondernemingen uitoefenen, en de instanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op deze actuarissen.
De lidstaten die van de in de eerste alinea vervatte mogelijkheid gebruikmaken, eisen dat minimaal aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de uitwisseling van informatie is bestemd voor de uitoefening van de in de eerste alinea bedoelde toezichthoudende taken of controlefuncties;
b) de in dit verband ontvangen informatie valt onder het in artikel 24 bedoelde beroepsgeheim;
c) gegevens die afkomstig zijn van een andere lidstaat, mogen alleen worden bekendgemaakt met de uitdrukkelijke instemming van de bevoegde autoriteiten die de gegevens hebben meegedeeld en in voorkomend geval alleen worden gebruikt voor de doeleinden waarmee deze autoriteiten hebben ingestemd.
De lidstaten delen de Commissie en de overige lidstaten de identiteit mee van de autoriteiten, personen of instanties die op grond van dit lid informatie mogen ontvangen.
3. Onverminderd de artikelen 24 tot en met 27 kunnen de lidstaten, ter versterking van de stabiliteit van het financiële stelsel alsmede de integriteit ervan, toestaan dat uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen de bevoegde autoriteiten en de autoriteiten en instanties die wettelijk belast zijn met de opsporing en het onderzoek van inbreuken op het vennootschapsrecht.
De lidstaten die van de in de eerste alinea vervatte mogelijkheid gebruikmaken, eisen dat minimaal aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de informatie is bestemd voor de uitoefening van de in de eerste alinea bedoelde taken;
b) de in dit verband ontvangen informatie valt onder het in artikel 24 bedoelde beroepsgeheim;
c) gegevens die afkomstig zijn van een andere lidstaat, mogen alleen worden bekendgemaakt met de uitdrukkelijke instemming van de bevoegde autoriteiten die de gegevens hebben meegedeeld en in voorkomend geval alleen worden gebruikt voor de doeleinden waarmee deze autoriteiten hebben ingestemd.
Indien de in de eerste alinea bedoelde autoriteiten of instanties in een lidstaat bij de uitoefening van hun opsporings- of onderzoekstaken een beroep doen op personen die op grond van hun specifieke deskundigheid met een opdracht worden belast en die geen openbaar ambt bekleden, kan de in de eerste alinea bedoelde mogelijkheid tot uitwisseling van informatie tot deze personen worden verruimd op de in de tweede alinea genoemde voorwaarden.
Voor de toepassing van punt c) van de tweede alinea delen de in de eerste alinea bedoelde autoriteiten of instanties aan de bevoegde autoriteiten die de informatie hebben meegedeeld, de identiteit en de precieze opdracht mee van de personen aan wie deze informatie zal worden doorgegeven.
De lidstaten delen de Commissie en de overige lidstaten de identiteit mee van de autoriteiten of instanties die op grond van dit lid informatie mogen ontvangen.